Keizersgracht 141: Huis met toekomst!

‘Een onvervangbare schat met zéér hoge erfgoedwaarde,’ zegt de een. ‘Hier het ek  Afrikaans leer praat,’ zegt een ander. En weer een ander zegt simpelweg: ‘Hectic!’

Zomaar een greep uit de reacties van mensen op mijn vraag wat het Zuid-Afrika Huis voor hen betekent.  

Ena Jansen
Zuid-Afrika Huis

Keizersgracht 141, Amsterdam. Het pand dat zowel door Nederlanders als Zuid-Afrikanen al bijna negentig jaar lang hét gezicht is van de verbintenis tussen twee landen met een complexe maar verbonden geschiedenis, loopt het gevaar verkocht te worden. In het jaarverslag van 2010 van eigenaar ZASM staat het alarmerende bericht ‘dat het pand wellicht binnen afzienbare tijd verlaten zal worden’.

Deze opmerking heeft mij genoopt mij uit te spreken. Ik vind het huis zo belangrijk als wetenschappelijke instelling en als culturele ontmoetingsplek dat het onverantwoord zou zijn om nu te zwijgen. Toen de afgelopen maanden bleek hoe vast van voornemen het vijf man sterke ZASM-bestuur is om het huis te verkopen werd het me duidelijk dat er niet alleen aangedrongen moet worden op een ‘uitstel van executie’, maar dat de redenen om het pand te behouden ook expliciet naar voren moeten komen. Het gaat immers niet om een willekeurige en zielloze hoop stenen, maar om onvervangbaar cultureel erfgoed dat onherroepelijk vernietigd wordt. Met de verkoop van het huis zouden de verenigingen die zich op allerlei manieren inzetten voor het onderhoud en versterken van de culturele contacten tussen Zuid-Afrika en Nederland onmiddellijk hun basis kwijtraken.

Gelukkig ben ik niet de enige die vindt dat in grote openheid en in wijd verband nagedacht moet worden over de toekomst van het Zuid-Afrika Huis voordat er iets onomkeerbaars gebeurt dat later diep betreurd zal worden. Tijdens de jaarvergadering van de NZAV op 23 april was dat goed te merken aan het grote applaus voor het vurige pleidooi van Adriaan van Dis voor het behoud van het Huis.

 

Radikale planne

Die  Keizersgracht-pand  is in november 1923 deur die ZASM aangekoop. Ander instansies wat dekades reeds huisvesting hier geniet is die NZAV, die Suid-Afrikaanse Instituut (SAI) en die Stichting Studiefonds voor Zuid-Afrikaanse Studenten (SSF). Terwyl dié instellinge verkose besture het wie se finansies en bedrywighede openbaar toeganklik is, is die ZASM ’n stigting met geen verpligting om insae te gee in die (finansiële) beweegredes vir sy besluite nie. Hulle het die verantwoordelikheid om die pand te beheer, maar ook die mag om daarmee na goeddunke te handel. In ZASM se jaarverslag 2010 word herinner aan die ‘in 2009 ingezette gedachte dat minder voor “instandhouding” en meer voor “innovatie en dynamiek” gekozen zou moeten worden’.  Die noodsaaklike renovasie van die pand sou te duur wees waardeur die ondersteuning van (ander) projekte in Suid-Afrika en Nederland ‘ernstig’ in die gedrang sou kom. ‘Verkennende gesprekke’ om biblioteek, argief en kulturele aktiwiteite na ’n universitêre omgewing te verhuis, sou al ver gevorder wees.

Tereg bring die mededeling dat ‘wellicht over een bepaalde tijd het pand Keizersgracht 141 zal worden verlaten’ baie emosies teweeg.  En juis daarom is groter openheid van sake noodsaaklik en veral ook die bereidwilligheid om breed en intensief te soek na maniere om die Zuid-Afrika Huis as kultureel sentrum te behou vir huidige en toekomstige gebruikers. Saam met enkele ander besorgdes, met Annemarie Balkema voorop, het ons aktief begin netwerk en die gebruikersgemeenskap se dringende aandag begin vra om dit te probeer voorkom. Indien sonder uitputtende oorlegpleging radikale planne deurgevoer sou word om die Zuid-Afrika Huis te verkoop en dús ’n gemeenskap uiteen te laat val wat al byna negentig jaar vanuit ’n gedeelde ruimte opereer, sou dit as besonder ‘regentesk’ ervaar word.  Die Huis is nie net vir jarelange besoekers ’n besondere plek nie, maar ook vir studente wat daar lesings volg. ‘Gek genoeg leer sommige van ons vir die eerste keer eers hier ons “roots” ken,’ sê ’n jong Suid-Afrikaanse toneelskrywer wat tydelik in Nederland woon. ’n Nuwe generasie Nederlandse historici leer die argief ken en stel nuwe vrae daaraan.

Die afgelope tyd het ek baie argumente  vir die behoud van die Zuid-Afrika Huis gehoor. ‘Dit moet absoluut as ’n knooppunt van aktuele gesprekke tussen tale, histories-kulturele en literêre sisteme behoue bly!’ ‘Vertrou ons om aktief na oplossings te help soek indien dit dan so duur sou wees om die pand te renoveer!’

Misschien realiseert het ZASM-bestuur zich niet hóé belangrijk het Zuid-Afrika Huis is als ruimte van betrokkenheid, identiteit, herinnering en continuïteit. Wij als gebruikers hebben de  plicht dat duidelijk te maken.

 

No way!

Op 10 mei voerden historica Barbara Henkes en ik daarom een gesprek met Jan Donner, de voorzitter van ZASM, in zijn prachtige kantoor in het Tropenmuseum. Hij zei tegen ons dat ZASM sinds haar oprichting in 1909 een kapitaal te beheren heeft. Donner: ‘Dat is aardig op niveau gebleven. De crisis is ook aardig aan ons voorbij gegaan. We hebben ieder jaar drie en een halve ton  te besteden. Alles wat we meer aanwenden is interen op het vermogen. Dan is de afweging snel gemaakt. Indien wij een dure verbouwing zouden financieren – stel je voor dat het bijvoorbeeld drie miljoen euro kost – dan zouden wij een kwart minder kapitaal hebben en alleen maar een pand. Wij gaan niet investeren in een hoop stenen. No way!’

Wij vroegen hem of een steungroep voor het behoud van het ZA Huis de gelegenheid kan  krijgen mee te denken, acties te ondernemen, zelfs op zoek te gaan naar een mecenas.

‘Be my guest,’ was hierop het antwoord. 

Van deze gastvrijheid maak ik graag gebruik.

Mensen die het huis goed kennen zijn het erover eens dat groot onderhoud hard nodig is. Logisch, omdat er tientallen jaren bijna niets aan is gedaan. Voorzover bekend zijn er echter  geen funderings- of andere grote structurele problemen. Belangrijke vragen die leven zijn: Is er doelgericht geprobeerd subsidie te krijgen voor een verbouwing van het huis die het mogelijk maakt archief en bibliotheek op verantwoorde wijze te bewaren? Er zijn immers legio constructies te bedenken waarbij stichtingen die monumentale panden opkopen ze na restauratie voor een symbolisch bedrag verhuren aan de oorspronkelijke eigenaren zodat deze hun culturele doeleinden kunnen blijven nastreven. Het dure ANNA-project is afgerond, er is geen voltijdse directeur meer. Je zou denken dat er daardoor meer financiële armslag is. Bovendien hoeft een verbouwing vast niet in een keer betaald te worden. Omdat ZASM zo weinig concrete informatie verschaft is de logische vraag: zijn alle mogelijkheden afdoende onderzocht? En ook: zijn er genoeg offertes gevraagd om een helder beeld te krijgen van de kosten van een ingrijpende verbouwing?

In de Jaarverslagen over 2009 en 2010 staat te lezen dat ZASM besloten heeft de beschikbare financiële middelen aan Zuid-Afrikaanse projecten te besteden. Waarom deze accentverschuiving? En waarom zijn deze projecten zo belangrijk dat één van de traditionele kernactiviteiten van ZASM, het in standhouden van het Zuid-Afrika Huis, daarvoor moet wijken? Bevredigende antwoorden hebben we niet gekregen. Talloze gebruikers van het Zuid-Afrika Huis hebben mij de afgelopen tijd nadrukkelijk gezegd dat de instandhouding van het Zuid-Afrika Huis toch bij uitstek het project is dat ondersteund moet worden. Al is het maar omdat het pand het symbool is van de verbintenis van Nederland en Zuid-Afrika door zeer verschillende tijdvakken heen. Keizersgracht 141 is als een dynamische en onvervangbare ruimte de concretisering van dit symbool.

De heer Donner vertelde in zijn kantoor van vergevorderde plannen om het archief uit handen en aan de VU te geven. Bovendien schijnt het financieren van minimaal drie PhD-onderzoekers volgens Donner tot de bestedingsplannen te behoren. Ons inziens zal een eventuele verkoop van het Huis en het overbrengen van de collectie(s) naar een universiteit ZASM niet direct een financiële lastenverlichting opleveren. Zelfs al zou het archief en de boekerij gedigitaliseerd worden (een verschrikkelijk duur project), dan nog moeten de objecten bewaard blijven. Het is bekend dat de Vrije Universiteit veel geld vraagt voor het overnemen en beheren van een archief. De promovendi zullen ook door de ZASM betaald moeten worden. Waarom wordt al dat geld niet aan en in het huis zelf besteed? De gedachte het Huis te behouden is volgens Donner echter ‘out of the question’ omdat de ‘sense of urgency’ vanwege de noodzakelijke verbouwing zo groot geworden is.

Eind vorig jaar werd overigens duidelijk dat de VU geen belang stelt in het overnemen van de bibliotheek, maar eventueel wel ‘mee zal denken’. Verder bleek uit overleg met de Universiteit van Amsterdam en met het Koninklijk Instituut voor de Tropen dat ook hun bibliotheken uiterst selectief zullen zijn in welke titels ze eventueel willen overnemen.

 

Geen ander heenkomen

Wanneer de bibliotheek in vreemde handen zal overgaan zal de open opstelling waaraan Keizersgracht-bezoekers gewend zijn, verdwijnen. Collecties die met zorg en kennis van zaken tot stand gekomen zijn, zullen uit elkaar vallen. Verder zullen de belangrijkste Zuid-Afrikaanse uitgevers, die reeds tientallen jaren lang met gratis schenkingen van hun boeken helpen om de bibliotheek actueel te houden, daar onmiddellijk mee stoppen wanneer een universiteit de collectie over zou nemen. Wij vroegen de heer Donner wat er van de culturele activiteiten zullen worden indien het Huis verkocht zou worden. ‘Die zullen stoppen,’ zei hij. Indien verhuisd wordt naar een ‘universitaire omgeving’ zou dat dus het einde betekenen van alles wat gezichtsbepalend is voor de NZAV en het SAI: de leeskringen, taalcursussen, concerten, exposities, lezingen. De enorme betrokkenheid die vele Zuid-Afrikaanse én Nederlandse personen en instanties hebben bij ‘hun’ huis op de Keizersgracht zal zeker niet gelden voor een anonieme universiteitsomgeving.

Ook zal er een einde komen aan andere activiteiten. Tijdens het Grachtenfestival, op Open Monumentendag en op Gedichtendag stelt het ZAH de deuren open en maakt Zuid-Afrika nieuwe vrienden dankzij de uitstraling van het prachtige pand dat jong en oud charmeert. De deur zal dicht blijven, er zal geen Kerstmarkt of boekenverkoop tijdens Koninginnedag zijn.

Deze argumenten hebben op 31 maart, zes weken voor ons bezoek aan de heer Donner, wél het SAI-bestuur doen besluiten dat de SAI-biblioteek geen ander heenkomen heeft als het Zuid-Afrika Huis verkocht wordt - en daar dus moet blijven. Na de bestuursvergadering heeft George Harinck op 7 mei een brief aan het ZASM-bestuur geschreven, mede-ondertekend door Wiete Hopperus Buma en Heleen Gall, de voorzitters van de NZAV en het Studiefonds. Harinck: ‘ZASM heeft de drie besturen SAI, NZAV en Studiefonds er niet van kunnen overtuigen dat het onmogelijk is om Keizersgracht 141 als Zuid-Afrika Huis te behouden. Daarom moet er alles aan gedaan worden om het Zuid-Afrika Huis te behouden. De functie van het ZAH moet geformuleerd blijven in termen van een “culturele ambassade”. Wij hebben dus twee verzoeken aan de ZASM gericht. Ten eerste dat de ZASM in een schriftelijke notitie uiteenzet wat de afwegingen en gronden zijn waarop zij tot het oordeel is gekomen dat het ZA Huis van de hand gedaan zou moeten worden. Ten tweede vragen wij wat de toekomstplannen en -visie van de ZASM zijn indien het ZA Huis niet aan de Keizersgracht blijft. Dit vragen wij omdat de ZASM het SAI tijdens de afgelopen jaren herhaaldelijk heeft gevraagd onderzoek te verrichten naar een inventarisatie van renovatiemogelijkheden en/of mogelijkheden om de collecties elders onder te brengen. Al onze plannen zijn telkens blijven liggen zonder dat daar een duidelijk alternatief tegenover werd gesteld.’

Volgens Harinck hebben de instellingen in en rondom het Zuid-Afrika Huis een gezamenlijke verantwoordelijkheid waardoor verkoop van Keizersgracht 141 in elk geval niet mogelijk is, ‘zijnde een inbreuk op onze gezamenlijkheid’. Tenzij het SAI, de NZAV en het Studiefonds zich zouden kunnen herkennen in een alternatief ‘deugdelijk toekomstplan’ van de ZASM moet het Huis behouden blijven aan de Keizersgracht. Hij en de andere voorzitters zijn ervan overtuigd dat wanneer er een visie is op de toekomst van het Zuid-Afrika Huis ook de middelen gevonden kunnen worden om die aan de Keizersgracht te verwezenlijken.

De brief van de voorzitters lag bij Jan Donner op tafel tijdens ons bezoek. Op 13 mei j.l. schreef hij mij dat het ZASM-bestuur gaat overleggen. Dat is goed nieuws, maar bij het ter perse gaan van dit artikel was nog niet bekend wanneer.

 

Grote toekomst

Veel mensen zijn van mening dat het onverantwoord is om in een tijd waarin sprake is van een enorm overaanbod op de huizen- en kantorenmarkt het pand te koop aan te bieden. In brede kring bestaat waardering voor het streven het huis te behouden. Pauline Bührmann, directeur van de Thami Mnyele Stichting die aan beeldende kunstenaars uit geheel Afrika woon- en atelierruimte in Amsterdam ter beschikking stelt, roemt het ZAH als een levendige en gerenommeerde culturele instelling. Er zijn plannen genoeg. Annette Badenhorst, Europese distributeur van Zuid-Afrikaanse wijnen heeft bijvoorbeeld geopperd dat zij er kantoor zou kunnen houden. Een bestuurslid van de NZAV meent zelfs dat plannen onderzocht kunnen worden om een Zuid-Afrikaans eetplekkie in een deel van het pand te vestigen.

 

Een paar duizend woorden is niet genoeg om te benadrukken hoe belangrijk het Zuid-Afrika Huis is – daar is een boek voor nodig. Een boek dat niet eindigt met de teloorgang van het pand in 2011 of 2012, maar dat het huis beschrijft als een bruisende ontmoetingsplek met een grote toekomst voor zich. In 2023 zou aan de Keizergracht 141 het eeuwfeest van een unieke instelling gevierd kunnen worden. Het is fantastisch dat het huis nu op Facebook is. Aan alle berichten zie je dat de ‘facebookers’ weliswaar virtuele bezoeken afleggen, maar ook dat ze dit doen met de ‘concreetheid’ van het ZA Huis in hun achterhoofd.

Dat moet zo blijven.

 

Post Scriptum

Tydens die ter perse gaan van die artikel het bekend geword dat danksy bemiddeling van die steungroep ’n gesprek gereël is tussen die ZASM-voorsitter en die direkteur van die Vereniging Hendrick de Keyser. Die Vereniging koop historiese pande aan, restoureer hulle en verhuur dit dan teen ’n billike bedrag aan die oorspronklike eienaar terug.

Dit sou uitkoms kan bied.

 

 

 

 

 

 

 

Kader 1:

 

Wij bezitten in Nederland een monument dat van de complexe veelkleurigheid van Zuid-Afrika getuigt: de bibliotheek van het SAI. Nu heb ik heb me laten vertellen dat er plannen bestaan die bibliotheek af te stoten. Tijden zijn veranderd. Ik besef dat onderhoud en beheer geld kosten, dat de opbrengsten van ZASM-beleggingen mogelijk tegenvallen, maar ik hoop dat de heren bestuurders beseffen dat het Zuid-Afrika huis een dubbelmonument is. De bibliotheek is ook monumentaal. Die boekerij houdt onze belangstelling voor verleden en heden levendig. Daar zou de ZASM en de NZAV zich mijns inziens in de eerste plaats op moeten richten, en niet op nevenprojecten in Zuid-Afrika die ook door NGO’s gedaan  kunnen worden. Als lid van de NZAV doe ik dan ook een dringend beroep op het bestuur de bibliotheek als een geheel in het Huis bijeen te houden - koste wat het kost.  We kunnen er zoveel van leren. Het ontwikkelingsproject ligt dit keer in Nederland.

Adriaan van Dis

 

Kader 2:

Het pand Keizersgracht 141 is in 1620 gebouwd als woonhuis van Laurens Reael, een veelzijdig mens die behalve admiraal, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië  en bewindhebber van de VOC ook dichter was. Als lid van de Amsterdamse rederijkerskamer De Eglentier  en de Muiderkring onderhield hij nauwe contacten met P.C. Hooft en Joost van denVondel.

 

Keizersgracht 141 werd in november 1923 voor een bedrag van 45 000 gulden aangekocht door de ZASM. De NZAV en de Stichting Studiefonds kregen er onderdak, net als de in 1932 opgerichte Stichting ter bevordering van de studie van taal, letterkunde, cultuur en geschiedenis van Zuid-Afrika. Het huis deed ook dienst als officieel emigratiekantoor. Gerrit Schutte beschrijft in Stamverwantschap onder druk (2011: 137) dat in 1947 door het Hoofdbestuur van de NZAV beslist werd dat het huis zo moest worden ingericht dat de bibliotheken van het SAI en de NZAV daarin bijeengebracht konden worden en een nauwe samenwerking tussen onder meer de NZAV, het Studiefonds, de Stichting Leerstoel en de Voorschotkas mogelijk was. ZASM nam op zich, het pand in te richten tot een modern ‘Van Riebeeckhuis’, ‘geschikt voor een werksfeer dat “regelmatig bezoek van vooraanstaanden kon aantrekken”’. Het pand moest ook vooral ‘een cultureel centrum en ontmoetingsplaats voor Zuid-Afrikanen’ zijn. Jaren lang werden zogenaamde koffietafels georganiseerd waar tijdens Zuid-Afrikaanse studenten en Nederlanders elkaar op de eerste maandag van de maand konden ontmoeten. Zelf ontmoette ik rond 1975 nog hoogbejaarde Nederlanders die een belangrijke rol hadden gespeeld in het onderhouden van culturele contacten met Zuid-Afrika: onder andere mevrouw Prinsen-Geerligs en prof. jhr. dr. P.J. van Winter.

Vooral dankzij inspanningen van de jonggestorven dr Elizabeth Conradie (docente Afrikaanse letterkunde) was een boekerij tot stand gekomen die in februari 1949 van de Universiteitsbibliotheek van de UvA werd overgeplaatst naar de Keizersgracht, waar zij werd verenigd met de omvangrijker bibliotheek van de NZAV. In mei 1950 werd het nieuwe Suid-Afrikaanse Instituut in het Van Riebeeckhuis geopend. N.P. van Wyk Louw, de eerste na-oorlogse hoogleraar Afrikaanse taal- en letterkunde, had daar bijna acht jaar lang zijn werkplek. Een hele generatie Afrikaanse letterkundigen heeeft aan de Keizersgracht zijn colleges gevolgd: Merwe Scholtz, T.T. Cloete, Elize Botha, F.I.J. van Rensburg, C.J.M. Nienaber en Roy Pheiffer. Schrijvers en dichters zoals W.A. de Klerk, Sheila Cussons, Abraham H. de Vries en D.J. Opperman kwamen er regelmatig. Tussen mei en juni 1964 komt Ingrid Jonker iedere dag naar de Keizersgracht 141 om te vragen naar post van André P. Brink. Zij schrijft daar het gedicht ‘Wagtyd in Amsterdam’. Generaties Zuid-Afrikaanse studenten en onderzoekers na deze letterkundigen zijn even sterk verbonden aan het huis: historici, literatoren, theologen, schrijvers en kunstenaars. Het pand heeft mede hierdoor een zeer hoge erfgoedwaarde en de bibliotheek wordt allerwegen beschouwd als de beste Zuid-Afrikaanse bibliotheek buiten Zuid-Afrika. Corine de Maijer, die al twaalf jaar bibliothecaris is, gaf in het vorige nummer van het Maandblad Zuid-Afrika (mei 2011) inzicht in de speerpunten van deze bibliotheek, die 45 000 titels omvat. Zoals Adriaan van Dis tijdens zijn rede voor de NZAV Jaarvergadering op 23 april jongstleden zei, waren mensen die zeker niet van ‘stamverwantschaps’-sentiment beschuldigd konden worden altijd welkom in het pand. Tijdens de jaren 1980 werd de wel lang gecultiveerde ‘stamverwantschaps’-identiteit van het huis bewust verschoven: Keizersgracht 141 moest ontmoetingsplek zijn voor iedereen die vanuit welke hoek dan ook belangstelling had voor Zuid-Afrika.

 

 

 

Zuid-Afrikahuis    Keizersgracht 141-C    1015 CK Amsterdam Nederland    tel: +31-20-6249318    fax: +31-20-6382596