23.460 Bladzijden gemeenschappelijk cultureel erfgoed

Het Nationaal Archief zet zich in om de bronnen van de gemeenschappelijke geschiedenis met Zuid-Afrika te beschermen en zichtbaar te maken. In oktober 2011 reisden Roelof Hol en Mara de Groot naar Zuid-Afrika. Mara de Groot doet verslag van deze reis.

Geschiedenis

De geschiedenis van Zuid-Afrika en Nederland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van de eerste voet die Jan van Riebeeck in 1652 op Kaapse bodem zette, via de twee Boerenoorlogen aan het einde van de 19e eeuw tot en met de anti-apartheid sancties in de jaren '60 tot en met ’80 van de 20e eeuw. Denk ook aan het verloren WK in 2010 waarbij kranten kopten 'De Kaap kleurt weer oranje'. Al deze gebeurtenissen, sommige meer historisch van aard dan andere, hebben sporen achtergelaten. In het archeologische bodembestand, in stedenbouw, in tradities, in gebruiken en in taal. Ook in de archieven vind je veel getuigenissen van het gezamenlijke verleden. Het Gemeenschappelijk Cultureel erfgoedprogramma (GCE programma), geïnitieerd en gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Buitenlandse zaken, richt zich op de materiële en immateriële erfenis van het Koloniale en Handelsverleden van Nederland met tal van andere landen. In nauwe samenwerking met de prioriteitslanden (Brazilië, Ghana, India, Indonesië, Rusland, Sri Lanka, Suriname en Zuid-Afrika) worden archieven geconserveerd, geordend en toegankelijk gemaakt. Lokale capaciteitsopbouw en kennisuitwisseling op het gebied van archiefbeheer en -behoud vormen speerpunten daarbij. Het doel van deze reis naar Zuid-Afrika was om kansen en behoeftes te inventariseren en projectideeën te concretiseren.

Bewustwording.
In het recente verleden zijn grote resultaten geboekt in de archiefsamenwerking tussen Zuid-Afrika en Nederland. Binnen het programma Towards a New Age of Partnership (TANAP) zijn tussen 2000 en 2007 maar liefst 43.200 handgeschreven bladzijden uit het VOC-archief (de resoluties van de Politieke Raad, 1652-1795) getranscribeerd en gedigitaliseerd. Daarbij vergeleken vallen de resultaten van het huidige GCE programma tegen. De GCE subsidie die beschikbaar is via de Nederlandse Ambassade in Pretoria is al verscheidene jaren teruggestuurd naar het departement vanwege een gebrek aan voorstellen uit Zuid-Afrika zelf. Waar de tegenvallende resultaten aan te wijten zijn is moeilijk te zeggen. De subsidievoorwaarde die stelt dat 40% van het benodigde budget door het land in kwestie zelf moet worden opgebracht vormt in ieder geval een barrière. Herhaaldelijke opvolgingen van directieleden binnen de archieven van Zuid-Afrika hebben de samenwerking bemoeilijkt. De ervaring leert dat succes vaak afhankelijk is van enkele enthousiastelingen. Het huidige politieke klimaat speelt ook een rol; koloniale geschiedenis wordt beschouwd als de geschiedenis van de blanke onderdrukker en daarom niet interessant voor het merendeel van de Zuid-Afrikaanse bevolking. 

Het GCE-beleid probeert bewustzijn te creëren dat de VOC geschiedenis juist betrekking heeft op meerdere bevolkingsgroepen, blank én zwart, en dat de VOC archieven informatie bevatten die relevant is tot op de dag van vandaag. Johan Fourie, docent economie aan de Universiteit van Stellenbosch, legt het belang van de bronnen uit voor de economische wetenschap: 'De Opgaafrolle of Monsterrolle en de Venduerolle uit het VOC archief zijn unieke bronnen want nergens anders in de wereld vind je zulke lang doorlopende series gedetailleerde lijsten van bezit in een agrarische samenleving.' Het Center for Global Economics van de Universiteit van Utrecht werkt samen met de economen van de Universiteit van Stellenbosch aan een statistisch onderzoek naar de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product in de Westkaap. Het idee dat de economen hadden is dat dit grotendeels agrarische gebied gedurende de 17e en 18e eeuw redelijk arm was. Dit beeld was voornamelijk gebaseerd op (het gebrek aan) archeologische vondsten. Uit een eerste onderzoek op basis van de archieven kwam echter een heel ander beeld naar voren: er was juist sprake van toenemende rijkdom aan de Kaap in deze periode. De boeren in het gebied bleken hun groeiende rijkdom over het algemeen te investeren in kapitaalvormen die archeologisch moeilijk aan te tonen zijn, bijvoorbeeld slavenbezit. 

23.460 Bladzijden.
Maar niet alleen voor economen zijn de bronnen van belang. De Notulen van het Collegie van de Stellenbosse en Drakensteinse Landdros en Heemrade (1691-1827) bieden een kijkje in het wel en wee van een locaal bestuursorgaan dat onder het VOC-bestuur in Kaapstad viel. De gemeente Stellenbosch is de op één na oudste westerse nederzetting in Zuid-Afrika en had ooit een omvang van maar liefst 25.000 km2. Het archiefmateriaal bevat beschrijvingen van allerlei infrastructurele elementen zoals bruggen, gebouwen en vijvers en kan interessant zijn voor bouwkundig historici, architecten, planvormers, etcetera. In een eerder project zijn de Notulen reeds gedigitaliseerd door de Stellenbosse Heemkring. Het huidige projectvoorstel heeft betrekking op het transcriberen van 23.460 pagina’s archiefmateriaal zodat meer mensen de bronnen kunnen raadplegen.

 Er is ook een projectvoorstel om het archief van de Lutherse Kerk in Kaapstad te inventariseren en toegankelijk te maken. De meerderheid van de documenten in dit archief (totaal circa 5 meter) dateert van na 1780, toen de VOC toestemming gaf om de kerk te vestigen, maar er zijn enkele stukken bij uit 1740. Dit kerkarchief is het enige niet-VOC archief uit het midden van de 18e eeuw in Zuid-Afrika. Het geeft inzicht in de liberale en niet-racistische opstelling van de Lutherse Kerk. Het laat bijvoorbeeld zien dat de kerk een groot aantal vrijgelaten slaven (vrouwen en kinderen) liet dopen, terwijl het de Lutherse kerk verboden was dit te doen. In de archieven ziet men ook dat de kerk zich sterk maakte voor het culturele leven aan de Kaap. Zo begon de Lutheraan Joachim von Dessin bijvoorbeeld met het samenstellen van de collectie van de Zuid-Afrikaanse Nationale Bibliotheek. 

Bedreiging voor erfgoed. Een grote behoefte die werd geconstateerd in Zuid-Afrika, en tevens een terrein waar mogelijkheden voor samenwerking liggen, is training in conserveringstechnieken. Voor zover bekend bestaat op dit moment geen enkele geaccrediteerde opleiding of cursus op het gebied van papierconservering in Zuid-Afrika en Zuidelijk Afrika. De beschikbare kennis is in handen van enkelen die bijna de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit dreigende verlies aan kennis vormt een groot risico voor het cultureel erfgoed van Zuidelijk Afrika. 

Er zijn wel lokale initiatieven om de kennis van conservering te verspreiden en te borgen, zoals die van de Africana Library Trust in Kimberley. Kokkie Duminy, voormalig hoofd hiervan, heeft een Conservation Center opgezet met financiële steun van verschillende Zuid-Afrikaanse en Nederlandse partijen, waaronder het Nationaal Archief. Kimberley, als hoofdstad van de provincie Noord-Kaap, heeft de potentie om het centrum van conservering in Zuid-Afrika te worden. De klimatologische omstandigheden in de regio zijn uitermate geschikt voor conserveringswerkzaamheden. De centrale ligging van de stad binnen Zuid-Afrika bevordert de bereikbaarheid van cursisten en docenten. De Africana Library heeft voldoende cursusmateriaal op voorraad; de bibliotheek herbergt een collectie (oude) boeken, manuscripten, kaarten en foto’s met betrekking tot Kimberley en zijn diamantvelden, Zuid-Afrika en het continent. De condities lijken dus gunstig voor het opzetten van een cursus papierconservering, maar zolang er geen accreditatie plaatsvindt komt het initiatief niet goed van de grond. Er zijn nog te weinig cursisten en dat betekent dat er verlies wordt geleden. De hoop is dat er met officiële erkenning van de opleiding vanzelf meer studenten uit binnen- en buitenland zullen volgen en dat er gemakkelijker fondsen beschikbaar komen. Het Nationaal Archief heeft de training onder de aandacht gebracht bij zijn counterpart, het Nationaal Archief van Zuid-Afrika (NARS). Alexio Motsi, hoofd conservering, erkent het belang van de cursus en heeft aangeboden te assisteren bij het verkrijgen van een officiële status. 

Digitaliseren.
Omdat digitale beschikbaarheid een enorme stimulans vormt voor het gebruik van archieven, is digitale toegankelijkheid een speerpunt binnen het GCE programma. Maar het digitaliseren van archiefmateriaal ligt in sommige landen gevoelig. In Zuid-Afrika is men bang dat het op deze manier beschikbaar stellen van de bronnen leidt tot ongebreidelde verspreiding van de informatie, waardoor men de controle verliest over de bronnen. Verder vreest men dat met het digitaal beschikbaar stellen van de archieven bezoekers wegblijven en archiefinstellingen hierdoor inkomsten mislopen. Steeds meer begint het besef echter door te dringen dat digitaliseren van archieven niet slechts een geste aan onderzoekers is; het is een niet te stuiten mondiale ontwikkeling waar ook geld mee te verdienen valt. Digitalisering van erfgoed staat in Zuid-Afrika echter nog in de kinderschoenen. Er is nog geen officieel beleid hiervoor opgezet. Digitaliseren en het duurzaam beheren van content zijn complexe en kostbare zaken. Het is daarom zaak om prioriteiten te stellen. Welke archieven worden het meest geraadpleegd? Welke archieven zijn in een slechte fysieke conditie? Voor het behoud van het origineel heeft digitalisering evidente voordelen. Het document wordt immers minder vaak gehanteerd, waardoor behoud van het origineel langer gegarandeerd is. Verder is het belangrijk gebruik te maken van bestaande know-how. In dit kader organiseerde het Nationaal Archief in November 2011 een workshop Encoded Archival Description. Deze workshop trainde archivarissen uit de prioriteitslanden in het beschrijven van archiefinventarissen volgens internationale standaarden. Het Nationaal Archief wil namelijk samen met de GCE partners een website creëren die toegang zal bieden tot het Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed. 

Met het Nationaal Archief van Zuid-Afrika en het Kaaps Argief wordt nu voor de komende jaren een Working Program (WP) opgesteld, een samenwerkingsovereenkomst die de terreinen opsomt waarop Nederland en Zuid-Afrika op archiefgebied de komende jaren willen samenwerken. Het WP is gebaseerd op gelijkwaardige input door alle betrokkenen. Voor het realiseren van de doelen in het WP en het identificeren van (aanvullende) fondsen zullen beiden landen zich moeten blijven inzetten. Tijdens een bijeenkomst met NARS, de regionale vertegenwoordiger van UNESCO en het Ministerie van Kunst en Cultuur heeft de interim Nationaal Archivaris van Zuid-Afrika, aangegeven dat zij de VOC archieven graag als pilot wil gebruiken voor digitalisering in Zuid-Afrika. Dit is een belangrijk besluit voor de GCE samenwerking. Nederland en Zuid-Afrika delen een lange en bijzondere geschiedenis; die mag niet uit beeld verdwijnen! 

Mara de Groot is Project Manager Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed bij het Nationaal Archief. Roelof Hol is Programma Directeur Gemeenschappelijk Cultureel Erfgoed. 

Zuid-Afrikahuis    Keizersgracht 141    1015 CK Amsterdam Netherlands    tel: +31-20-6249318    fax: +31-20-6382596