Ds. C. Spoelstra, A. den Doolaard en Zuid-Afrika

Door Hans Ester

De Nederlandse schrijver A. den Doolaard werd in 1901 in Zwolle geboren als Cornelis Spoelstra junior. Zijn vader, dominee C. Spoelstra, was van 1899 tot 1904 predikant van de Nederlandsche Hervormde Kerk in Heino bij Zwolle. Deze kerk heette tot 1816: Nederduitsche Gereformeerde Kerk. Uit het verloop van het leven van ds. Spoelstra blijkt dat hij meerdere jaren met zijn jonge gezin in Zuid-Afrika verbleef, naar Nederland terugkeerde en na enkele jaren in Heino opnieuw naar Zuid-Afrika trok. Voor deze predikant moet Zuid-Afrika een magneet zijn geweest. Zo sterk was de aantrekkingskracht vanuit het zuiden dat hij in 1911 een derde keer de overtocht waagde om ditmaal zonder vrouw en kinderen tot en met 1914 in Potchefstroom als predikant werkzaam te zijn. Na de definitieve (fysieke) terugkeer naar Nederland leefde ds. Spoelstra nog vier jaar.

De informatie over het leven van zijn vader deelde A. den Doolaard mij mee in een brief uit Hoenderloo van 31 januari 1981. Den Doolaard betwijfelt of de jaartallen in zijn brief exact kloppen, maar de hoofdlijnen van het leven van zijn vader zijn duidelijk. Het verlangen naar Zuid-Afrika loopt als een rode draad door diens leven. Den Doolaard zelf woonde als kind van 1905 tot en met 1907 onder meer in Stellenbosch.

Den Doolaard noemt in zijn brief het archiefonderzoek van zijn vader met betrekking tot de contacten tussen de Nederduitsche Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika en de zusterkerk in Nederland. Aan het slot van zijn brief schrijft Den Doolaard: “Mijn vader was zeker pro-Boer. Ik herinner mij de titel van een brochure van zijn hand: “Zijn de Boeren vijanden der Zending?” Ik zal die zien op te duikelen.”

De brochure dook inderdaad op. Het gaat hierbij om een in 1901 bij H. Tulp in Zwolle verschenen referaat dat ds. Spoelstra op 18 oktober 1900 hield voor de “Zendingsbond van Predikanten in de provinciën Overijsel en Drente”.

De bedoeling van dit referaat is zonneklaar. De spreker wil aantonen dat het destijds rondzingende verwijt aan de Boeren, namelijk hun vijandschap jegens de Zending, op leugens berustte. Om het verwijt te ontkrachten, gaat Spoelstra allereerst in op de rol die bepaalde Engelse zendingsgenootschappen in de Kaapkolonie speelden. Deze rol is oppervlakkig gezien de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus, onder de oppervlakte echter gaat het om politieke en sociale doelen. Engeland wil het vruchtbare Afrika onder zijn heerschappij brengen. Daartoe stuurt het zendelingen uit. Zo’n zendeling, aldus Spoelstra, “vergadert al het volk om zich heen en zegt: ‘Laat ons bidden!’ en als alle oogen dan gesloten zijn, wordt de Britsche vlag gehesen!”

Deze, in ds. Spoelstra’s ogen perfide, tactiek werd het duidelijkst zichtbaar in de ideeën van de Engelse zendeling John Philip en vóór hem in de opvattingen  van de Nederlander J. T. van der Kemp die door het Londense Zendingsgenootschap was uitgezonden. Deze twee pleitbezorgers van de gelijkstelling van blank en zwart zijn Spoelstra’s tegenstanders. Door zijn beginselen over gelijkheid der rassen in Londen te bepleiten had zendeling Philip grote invloed op het Engelse regeringsbeleid en de Engelse wetgeving. Het commentaar van Spoelstra: “Zoo werd de gewelddadige revolutionaire omkeering der Zuid-Afrikaansche maatschappij gecodificeerd in een rijkswet!”

De zogeheten Boeren hadden volgens Spoelstra’s referaat totaal geen afkeer van Zending onder de zwarte Zuid-Afrikanen, maar ze verfoeiden de revolutionaire veranderingen waartoe deze Engelse zendelingen opriepen. Spoelstra begreep de beduchtheid van de Boeren voor sociale omwentelingen: “Vooral uit zedelijk oogpunt zouden de gevolgen allernoodlottigst kunnen worden. Naar de opvatting der Boeren behoorden de kleurlingen [zwarte Zuid-Afrikanen] tot een lager ras, dat nòch in het huisgezin, nòch in de politiek, nòch in de kerk op gelijken voet kon worden behandeld met de blanken. Zoodra de laatsten zouden toelaten, dat de lijnen, door den Schepper getrokken, werden uitgedoezeld, zou dat zijn tot groot nadeel van kleurlingen en blanken beide. […] En ter wille van hunne kinderen, ter wille van het tijdelijk – èn eeuwig – welzijn van kleurlingen en blanken, moest aan het drijven dezer zendelingen weerstand worden geboden.”  Dat de Boeren het werk van de Zending bevorderden, laat Spoelstra onder andere zien aan de hand van de vele “stations en buitenposten” die door de Nederduitsche Gereformeerde Kerk waren opgericht.

Ds. Spoelstra’s brochure is van belang door de concentratie van standpunten en ontwikkelingen die de geschiedenis van Zuid-Afrika tijdens de twintigste eeuw hebben bepaald. Spoelstra verfoeide de Franse Revolutie van 1789 en was in zijn vrees voor anarchie en terreur anti-revolutionair. Hij zag de Verlichting van de achttiende eeuw als een groot euvel. De sociale gevolgen van het door de Verlichting gepropageerde mensbeeld botsten in Spoelstra’s visie met de Scheppingsordening zoals God die had ingesteld. Zijn voorstellingen werden bevestigd door de strijd der Boeren tegen de huichelachtige Engelsen die een commercieel, kolonialistisch belang nastreefden onder het mom van verbreiding van het christelijk geloof. Ook ds. Spoelstra’s verdediging van de Boeren had naast de verkondiging van de zuivere christelijke boodschap zelf óók een sociaal en politiek doel. In de scheiding van blank en zwart die Spoelstra bepleitte, een scheiding die gepaard ging met een bevoogding van zwart door blank, combineerde hij het geloof met de sociale praktijk.

Ds. Spoelstra kon zich in zijn pleitrede voor scheiding + bevoogding beroepen op gezaghebbende, gelovige Nederlanders. Ook de plek waar hij zijn referaat hield - Zwolle - onderstreept het gegeven dat dit pleidooi in Nederland in vruchtbare aarde viel. Hierover bestond consensus binnen gereformeerd Nederland. In de omgekeerde richting versterkte ds. Spoelstra met zijn religieuze denkbeelden de op scheiding der rassen gerichte levensbeschouwing der Boeren.

Den Doolaard was zeventien toen zijn vader stierf. Hij was toen nog te jong om over dat omstreden Zuid-Afrika diepgaande gesprekken met vader-dominee te voeren.