Foto van de maand: vraag uit het Zuid-Afrikahuis archief  

Door Dr.G.J. Schutte

Foto Zuid-Afrikahuis archief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor veel inwoners was Nederland eind negentiende-eeuw te klein. Het was te vol, te bekrompen, te statisch. Wie er als stuiver was geboren, werd nooit een kwartje. En dus wilden ze de wereld in,  emigreerden naar Amerika of zochten een baan in de Oost, in Nederlandsch Oost-Indië.  Sinds de Boeren in Zuid-Afrika hun vrijheid hadden verworven, boden de Transvaal en Oranje Vrijstaat een alternatief, en in het bijzonder nadat de goudmijnen er de economische ontwikkeling moderniseerden. Zuid-Afrika was weliswaar geen Oosters paradijs, maar het had een gezond klimaat en een bijna Nederlandse cultuur, men kon er gerust vrouw en kinderen naar meenemen.

Een van die Afrikareiziger was  S.H.L.J. de Korte, 31 jaar en onder-directeur van een glasfabriek in Zwijndrecht. Hij was weliswaar niet arm en behoeftig, maar, aldus de formulieren die hij voor ambtelijke instanties moest invullen, hij zocht er bestaansverbetering, en wel door te gaan werken in de mijnidustrie, hij bezat immers de opleiding en kennis ervoor, en dacht wel   mijnopzichter te worden. Dus emigreerde hij in 1894 naar de Transvaal. Zijn vrouw en kind bleven voorlopig in Nederland, maar zij zouden volgen als hij gesettled was. Ik weet niet, wat voor werk hij vond. De Korte woonde kennelijk in Johannesburg, In 1895 werd hij commissaris-generaal van de Nederlandse vertegenwoordiging bij de International Industrial Exhibition, die in 1896 in Johannesburg plaatsvond, maar dat zal wel geen fulltime zijn geweest. Het bracht hem wel in contact met de schilder Bas Veth (die tijdens de Anglo-Boerenoorlog de geheime acties voor de Transvaalse gezant dr. W.J. Leyds leidde), voor wie hij schilderijen in Zuid-Afrika ging verkopen. Nakomelingen schonken vorig jaar aan het Zuid-Afrikahuis wat foto’s die De Korte kennelijk aan zijn vrouw stuurde: een kiekje van een zwarte mijnarbeider in een prachtige karos, de ingang van een goudmijn, een locomotief, een station (was De Korte forens?), en een huis, met ervoor De Korte als bewoner, en een zwarte bediende – kom maar gerust over, suggereert deze foto. Ze is gekomen, in de loop van 1897.

Ze heeft maar kort in dat huis gewoond. Twee jaren later begon de Anglo-Boerenoorlog. De Korte werd benoemd tot speciaal mijncommissaris te Johannesburg en kapitein/bevelhebber van het mijn-politiecorps. Daarmee ging hij medio november 1899 naar het oorlogsfront, vooral verantwoordelijk voor de verbindingen met het achterland. Een man van gezag dus, en zo staat hij ook op een foto – in khaki pak, hoed op het hoofd, geweer in de hand, band patronen om het lijf. Tot de Collectie De Korte behoren foto’s van strijders die naar het front trokken en van de eerste Engelse krijgsgevangenen. Maar eind mei 1900 werd Johannesburg door de Britten bezet en kennelijk is het gezin De Korte kort erna teruggegaan naar Nederland, in 1901 was De Korte er actief in Pro-Boeracties.                                                 

Voor de identificatie van enkele foto’s roep ik de lezers graag te hulp. Waar woonde en werkte De Korte eigenlijk? Waar stond dat huis? In Braamfontein? Of ergens anders in Johannesburg of toch Pretoria? En was dat station ook Braamfontein? Of toch een andere?

Graag ontvangen we uw informatie en/of tips op ons e-mailadres onder vermelding van 'vraag van de maand': archief@zuidafrikahuis.nl