Het vergaan van de SS Mendi: Zuid-Afrikaanse oorlogsgraven in Noordwijk

Door Mark Sijlmans

“Generaal Botha heeft in het Zuid-Afrikaansche parlement medegedeeld dat het transportschip Mendi, met de laatste bezending Zuid-Afrikaansche werklieden voor Frankrijk aan boord, den 21sten Februari op weg van Engeland naar Havre bij mist met een ander schip in aanvaring is gekomen en binnen het half uur is gezonken. Er zijn 10 Europeanen en 615 inboorlingen verdronken; 12 Europeanen en 191 inboorlingen werden gered”, schrijft het Rotterdamsch Nieuwsblad van 12 maart 1917.

Vijf zwarte Zuid-Afrikanen die aan boord waren van de SS Mendi liggen sinds 1920 in Noordwijk begraven. Ze verdrinken iets ten zuiden van het eiland Wight. Hun lichamen drijven de 500 km naar Hollandse stranden in ruim twee maanden tijd.

De meeste slachtoffers van de Mendi worden nooit meer teruggevonden. Veertien drenkeleingen worden aangetroffen op Britse stranden. Eén ligt er begraven in het Noord-Franse stadje Wimereux.  En vijf van hen liggen, zoals gezegd, in Noordwijk begraven. De verdwenen mannen worden herdacht op het Hollybrook Memorial in Southampton.                                                                                   

Wat heeft geleid tot hun dood? Waar komen zij vandaan? Wie waren zij? Is er nog familie die me wat over deze mannen kan vertellen? Dat zijn de vragen waarop ik een antwoord probeer te krijgen. Vragen zoals ik eerder had proberen te beantwoorden voor de circa 75 Britse WO I slachtoffers die in Noordwijk zijn begraven.                                                                                            

De SS Mendi was op 16 januari 1917 vertrokken uit Kaapstad. Aan boord waren de mannen van het 4e en 5e Battalion South African Native Labour Corps (SANLC). 802 manschappen. Allen zwart. En hun officieren, die blank waren. Het waren de Britten die de Zuid-Afrikaanse regering om hulp had gevraagd. De Britten hadden soldaten nodig. Soldaten voor de oorlog tegen Duitsland. De Canadezen, Australiërs en ook de Zuid-Afrikanen stuurden (blanke) militairen. Die vochten en sneuvelden in bijvoorbeeld Vimy Ridge; Gallipoli en Delville Wood. Zwarte leiders boden 5000 soldaten aan. De Zuid-Afrikaanse overheid zou deze mannen dan wel moeten trainen en bewapenen. Maar de Zuid-Afrikaanse regering slaat dit aanbod af. Zwarten jongens een militaire training geven en bewapenen was een brug te ver.

Later in de oorlog, als de militaire verliezen enorm blijken, doet Londen opnieuw een beroep op Zuid-Afrika. Stuur aub nog meer soldaten. Zwart mag ook. De Fransen doen dat ook, vanuit hun koloniën. Zo zal de boodschap ongeveer geweest zijn. Maar Zuid-Afrika weigert opnieuw zwarte soldaten te laten vechten in een White Man’s War. Na veel druk van Britse zijde volgt er een compromis. Als een sociaal experiment zullen zwarte Zuid-Afrikanen naar Europa komen. Maar die zullen dan niet gaan vechten. Ze zullen als arbeiders, als een Labour Corps, ingezet worden om bijvoorbeeld in Franse havens schepen te lossen. Er zullen strikte regels gelden om ‘besmetting’ met Europese gedachtes te voorkomen en Zuid-Afrika zal te allen tijde het experiment mogen stopzetten.

Abram Leboche

Arosi  Zenzile

Sitebe Molife

Natal Kazumula

Sikaniso Mtolo

Dit zijn de namen van de vijf mannen die vanwege dat sociale experiment hier in Noordwijk liggen begraven. Naar hun familieleden ging ik op zoek. Twee families wist ik te vinden. Ze wisten dat hun opa’s verdwenen waren. Maar van een Eerste Wereldoorlog en hun graven in Nederland waren ze niet op de hoogte. Ze begrepen nu waarom hen allerlei rampspoed was overkomen. Ze hadden niet voor hun voorouders gezorgd. Om dat recht te zetten hopen ze nu dat ik hen naar de graven van hun voorvaderen kan brengen. Zodat ze hun geesten mee terug kunnen nemen naar Zuid-Afrika. Zodat 100 jaar na deze oorlog, iedereen weer rust zal hebben. En over deze reis naar meer dan een eeuw  geleden zou  ik graag een documentaire willen maken…

Op donderdag 13 februari geeft Mark een lezing in het Huis. U kunt zich hier aanmelden

Geschreven door: jvb

Het vergaan van het troepenschip Mendi was de eerste maar niet de laatste zware klap voor het 21.000 leden tellende ‘South African Native Labour Contingent’ (SANLC). In september 1918 meerden twee andere troepenschepen, de Jaroslav en de Veronej af in de haven van Kaapstad. Aan boord waren meer dan 2 500 leden van het SANLC. De scheepsarts van de Jaroslav meldde de havenautoriteiten dat er groep heerste aan boord. Het zou gaan om een om een betrekkelijk milde vorm – 13 ziektegevallen waarvan één met dodelijke afloop. Uit voorzorg werd desondanks besloten de manschappen na ontscheping twee dagen in quarantaine te houden. Toen zich na afloop van deze twee dagen geen verdere griepaanvallen hadden voorgedaan, werden de SANLC-leden met groot verlof gestuurd en op de trein gezet naar hun respectievelijke woonplaatsen. Hetzelfde gebeurde met de manschappen aan boord van de Veronej

Een week nadat de laatste zwarte soldaten met verlof waren gestuurd, eiste de griep alleen al in Kaapstad honderden doden per dag. Het bleek namelijk om de Spaanse Griep te gaan – die in 1918 en 1919 naar schatting mondiaal twintig miljoen dodelijke slachtoffers eiste.

Vanuit Kaapstad verspreidde de Spaanse Griep zich razendsnel landinwaarts. Aan de Witwatersrand probeerden duizenden mijnwerkers te ontsnappen aan de ziekte door, in de regel lopend of per trein, maar hun woonplaatsen terug te keren. Aan boord van de overvolle treinen ontstonden gruwelijke situaties. Volgens krantenberichten uit die tijd laken de lijken van griepslachtoffers overal langs de treinsporen tussen Johannesburg en het oostelijk gelegen Messina.

Na een maand, in november 1918, was de epidemie over het hoogtepunt heen. Vooral Kaapstad, Kimberley en Bloemfontein waren zwaar getroffen. Het dagelijks leven werd enige weken lang totaal ontwricht door de Spaanse Griep. In Kaapstad, dat toentertijd 300.000 inwoners telde, werden 122.000 griepgevallen gemeld en vielen ruim 6.000 doden. Hoeveel dodelijke slachtoffers de griep eiste onder de leden van het SANLC, is – helaas nog – niet onderzocht.