Bibliotheek

Van je familie moet je het hebben

29 oktober 2020
Auteur: Vincent Kuitenbrouwer
Foto:

Delen:

‘Van je familie moet je het hebben’. Dit spreekwoord zou ook als motto kunnen dienen voor het oeuvre van de Groningse historica Barbara Henkes.

Zoals zij in haar recent verschenen boek Negotiating Racial Politics in the Family vertelt in de inleiding, komt haar fascinatie voor geschiedenis onder andere voort uit een zoektocht naar de nalatenschap van haar overleden oom Wim die tijdens de Tweede Wereldoorlog burgermeester voor de NSB was geweest. Wims archief bleek te worden beheerd door een ver familielid, Freek, die tijdens een persoonlijk gesprek met de auteur vooral benadrukte dat ‘Oom Wim’, ondanks zijn collaboratie met het nationaal-socialisme, geen antisemiet was. De passage over deze gedachtenkronkel van Freek, die als bewaker van het familie-erfgoed claimde dat het geslacht-Henkes van racistische smetten vrij was, legt een open zenuw bloot in het huidige maatschappelijke debat in Nederland. Zoals veel andere witte Nederlanders ontkende hij dat racisme onderdeel was van zijn persoonlijke voorgeschiedenis, en dus levenssfeer.

Henkes neemt dit ongemak als uitgangspunt voor deze bundel waarin artikelen van haar hand zijn verzameld. De zes hoofdstukken reflecteren op zes familiegeschiedenissen van migranten die zijn getekend door twee racistische regimes in de twintigste eeuw. Het eerste deel bestaat uit drie verhalen over Duitse migranten tijdens het interbellum in Nederland, wier leven in toenemende mate werd overschaduwd door het Duitse nazi-regime. Het tweede deel bestaat uit drie verhalen over Nederlanders die zich in de naoorlogse jaren in Zuid-Afrika vestigden ten tijde van het apartheidsregime. Alle verhalen zijn los te lezen, maar tezamen vormen ze een krachtige interventie in twee beladen thema’s in de Nederlandse historiografie: de Tweede Wereldoorlog en de relatie tussen Nederlanders en Afrikaners.

Wat dit boek als geheel overtuigend maakt is de gedachte, die helder uiteengezet wordt in de inleiding, dat de verhalen die verteld worden transnationale geschiedenissen zijn, en dus de grenzen van natiestaten overstijgen. Kijkend naar de individuele verhalen is dit logisch: die gaan immers over migranten, mensen die een nieuw bestaan opbouwen in een ander land dan waarin zij geboren zijn. Maar door de Nederlandse omgang met nazi-Duitsland en apartheid in Zuid-Afrika gezamenlijk te behandelen, voegt Henkes een nog dieper conceptueel niveau toe. Cruciaal hierbij is dat zij een direct verband ziet tussen het racisme van beide regimes. In het verlengde van de klassieke these van Hannah Arendt, die stelde dat de opkomst van het totalitarisme in Europa deels te verklaren is door het overzeese imperialisme van de negentiende eeuw, betoogt Henkes dat de het ideaal van witte suprematie van het Apartheidsregime voor een deel schatplichtig is aan het Blut-und-Boden-denken van Duitse nazi-ideologen. Met deze aanpak neemt Henkes, zij het impliciet, stelling tegen Zuid-Afrikaanse historici die de opkomst van het Afrikaner nationalisme als een puur binnenlands fenomeen zien.

In de hoofdstukken wordt het conceptuele kader van de inleiding uitgewerkt in uitvoering onderbouwde casestudies. Henkes heeft in de loop der jaren een ware schat aan bronnen over haar protagonisten verzameld, veelal door middel van interviews en de bestudering van persoonlijke correspondenties en beeldmateriaal uit familie-archieven die ze heeft kunnen inzien. De verschillende hoofdstukken bevatten bloemrijke verslagen van de grillige lotgevallen van de migranten, die zich vaak gevangen vonden tussen verschillende landen, ideologieën en identiteiten. Deze relazen zijn zeer gedetailleerd, wat de lezer soms een beetje doet duizelen. Maar vaak ook leggen juist die details de pijnpunten bloot. Een saillant detail, dat terugkeert in de hoofdstukken over Duitse migranten in het interbellum, is dat door een bestaand bilateraal verdrag over huwelijksrecht migranten in Nederland werden gehouden aan de Neurenbergse rassenwetten. In het geval van de joodse Duitser Lukas Plaut en de niet-joodse Nederlandse Stien Witte betekende dit dat na hun huwelijk beiden stateloos werden.

Nederlanders in Zuid-Afrika hadden op het eerste gezicht minder moeite met integreren. Veel migranten die na de Tweede Wereldoorlog naar dat land gingen, werden onder andere aangetrokken door het idee dat zij historisch, cultureel en raciaal verwant waren aan de Afrikaners, de bevolkingsgroep die destijds de ruggengraat van het minderheidsregime vormde. Sterker nog, op papier verwelkomde het Apartheidsregime Nederlanders omdat zij het Afrikaner nationalisme konden versterken. Het ideaal van de stamverwantschap, echter, botste niet zelden met de ervaringen in de dagelijkse praktijk en vaak hadden pas aangekomen Nederlanders, ook wel ‘kaasjes’ genoemd, het gevoel dat ze met de nek werden aangekeken. En zelfs binnen de Nederlandse gemeenschap in Zuid-Afrika waren er spanningen, zoals tussen de leden van de corporale Nederlandse Vereniging die de leden van de Hollandse Club beschouwden als ‘nouveau riche’.

Niettemin werden alle Nederlandse migranten in Zuid-Afrika omwille van hun huidskleur deel van de witte elite die politiek de touwtjes in handen had en economisch garen spon bij het Apartheidssysteem dat de zwarte meerderheid marginaliseerde. De bronnen die Henkes heeft bestudeerd lijken te suggereren dat, hoewel er ongemak was over dit racisme, er veelal over werd gezwegen. In het laatste hoofdstuk gebruikt Henkes beelden die werden geschoten door een Nederlandse filmmaker die bij zijn familie in Pretoria op bezoek ging. Uit de opnames blijkt dat deze mensen zichzelf als ‘liberaal’ zagen en zich ongemakkelijk voelden over de gemarginaliseerde positie van de zwarte meerderheid. Tegelijkertijd baadden zij in luxe die voortkwam uit hun wit privilege zoals geïllustreerd tijdens een scène waarin de mater familias, onder het genot van een ontbijtje in haar lommerrijke tuin, vaststelt dat zwarten geen behoefte hebben aan een zwembad omdat ‘ze toch niet kunnen zwemmen’.

De diepgravende analyse van dit soort beelden raakt aan de centrale thematiek van deze bundel, en het werk van Barbara Henkes de afgelopen jaren: het blootleggen van racisme in de Nederlandse samenleving, dat vaak wordt gebagatelliseerd of verzwegen. In de epiloog reflecteert de auteur op deze blinde vlek en betoogt dat deze voortkomt uit privilege: mensen die privilege genieten geven dat immers niet graag toe. Met deze hypothese heeft deze bundel ook een bredere relevantie voor het maatschappelijke debat over het Nederlandse koloniale verleden dat sinds het voorjaar van 2020 weer oplaait, waarbij eenzelfde mechanisme optreedt. Bovendien opent het nieuwe onderzoeksmogelijkheden, want het transnationale perspectief op de Zuidafrikaanse geschiedenis heeft niet alleen betrekking op Europa, maar ook op andere koloniale situaties. Ook de hoofdrolspelers in deze bundel zagen deze connectie. Zo schreef een van de geportretteerde Nederlandse migranten in een liefdesbrief aan zijn aanstaande bruid in Zuid-Afrika dat de Nederlanders op eenzelfde manier orde hadden gebracht in Indonesië als de Afrikaners in het ‘wilde’ land waar zij woonden. Deze passage laat zien dat het transnationale conceptuele raamwerk van Henkes tot verder vruchtbaar historisch onderzoek kan leiden.

Meer nieuws

15 november 2021, Evenement
Boeken uit het Huis: Irma Joubert, ‘Een thuis in Afrika’
Tijdens de negende aflevering van ‘Boeken uit het Huis’ gaat Ingrid Glorie, freelance journalist en vertaler, in gesprek met Irma Joubert en met Dorienke de Vries, Jouberts vaste vertaler die een belangrijk aandeel heeft in het succes van Jouberts boeken in Nederland.
11 november 2021, Evenement
Footnotes – Intersectional Strategies in (South) Africa
Our new bi-monthly interdisciplinary program on changemaking voices in artwork, books, films and other media. We’ll be talking about black feminism, queerness, violence, mermaids, struggle, post memory, heritage, myth busting, empowerment, and image making.
2 november 2021, Evenement, Expositie
History’s footnote: on love and freedom
“To look at history through the lens of love and freedom is a daunting and liberating task.” But where do we understand this historical past to be situated? Is it within a backward linearity or in the expansive notions of cyclical temporality that many non-Western traditions offer?
4 november 2021, Evenement
Om erbij te horen: transtaligheid, saamhorigheid en het maken van Zuid-Afrikaanse sociale gemeenschappen
Op 11 en 12 november vindt in Amsterdam een symposium plaats dat wordt georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam (Leerstoel “Zuid-Afrikaanse literatuur, cultuur en geschiedenis”), de Universiteit van Gent (Gents Centrum voor Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika) en het Zuid-Afrikahuis Nederland.

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons