Archief

Boek uit het archief: een Voortrekker vertelt. Een onbekend verslag

12 november 2020
Auteur: Dr. G.J. Schutte
Foto: Gerlinde Wassink

Delen:

Vorig jaar ontving het Zuid-Afrikahuis een negentiende-eeuws schrijfboek. Daarin Emigranten aan de oostkust van Afrika, en op de volgende bladzijde Missive van den Heer F. Roos, Oud Landdrost van Conguela, aan den Heer A. Smellekamp, thans te Pieter Maritz Burgh in dato 29 April 1842.  

Smellekamp is een bekende naam in de geschiedenis van de Grote Trek. In 1834 en volgende jaren trokken enkele duizenden Boerengezinnen de grens van de Kaapkolonie over. De meeste Voortrekkers vestigden zich in Natal, waarvan delen ontvolkt waren door de volksverhuizing (Mfecane), veroorzaakt door de impies van de Zoeloekoning Shaka in de voorgaande decennia. Zijn opvolger Dingaan vermoordde echter de Voortrekkerleider Piet Retief, zijn gevolg en vervolgens hun families. Een Boerenkommando uit de Kolonie onder leiding van Andries Pretorius versloeg daarop Dingaan bij Bloedrivier (16 december 1838). Daarop stichtten de ‘Emigranten’ een eigen, vrije republiek Natalia.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_2065.jpg

Het nieuws over die Grote Trek werd pas vanaf 1838 in Nederland bekend. De Amsterdamse koopman G.G. Ohrig, vol met plannen voor hulpverlening en handel met die stamverwante Hollandse Afrikanen, publiceerde in 1841 een boekje De Uitgewekenen te Port Natal. Hij vond daarmee mede-investeerders om het schip Brazilie vol handelswaar onder leiding van J.A. Smellekamp naar Natal te sturen. De Brazilie arriveerde op 24 maart 1842 bij Port Natal. Smellekamp overlegde in Pietermaritzburg, de hoofdstad van het Voortrekkerstaatje Natalia, met President Pretorius en de Volksraad. Smellekamp zei dat hij een gewoon koopman was, maar de Boeren zagen in hem een vertegenwoordiger van Nederland en hij liet zich gewillig de rol van bemiddelaar aanleunen. Met het oog op die bemiddelaarsrol in Nederland vroeg Smellekamp om achtergrondinformatie ‘aangaande de geschiedenis van (hun) uittogt’ (zitting Volksraad 4 april 1842). Op 25 april 1842 ondertekenden president Pretorius en de leden van de Volksraad een brief (niet zonder steun van Smellekamp geschreven) aan ‘Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, prins van Oranje Nassau, Groot Hertog van Luxemburg, enz. enz. enz.’, waarin zij een korte geschiedenis gaven, een verdrag voorstelden en verzochten hun recht op zelfstandigheid tegenover Engeland te steunen (Notule Natalse Volksraad I, 399-410). Bij de brief behoorden kopieën van een twintigtal historische documenten, waaronder het Retief-Dingaan Verdrag – het afschrift ervan was gewaarmerkt door F. Roos, oud-landdrost van Conguela (bij Port Natal) en notaris publique. 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_2066.jpg

Roos, die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de betrokken passages in de brief aan de Koning, verschafte Smellekamp ook een veel uitvoeriger beschrijving van de geschiedenis van de Grote Trek, die later in het bovengenoemde cahier overgeschreven is. François Roos (13 mei 1781-3 maart 1853) was een zoon van Johannes Roos en kleinzoon van Tieleman Roos, ondernemende Kaapse boeren en kooplieden. Beiden waren vooraanstaande leiders van de Kaapse Patriottenbeweging (1778 en volgende jaren). Alle twee verbleven ze als Representant van de Patriotten in Nederland, Tieleman in 1779-1780, Johannes 1785-1791 (hij nam zijn vrouw mee, ook de kleine François).

Die afkomst verhinderde niet, dat de jonge François klerk bij de Compagnie werd en zelfs enige tijd bij de landdrost van Stellenbosch; later werd hij boer. Hij was sinds 1805 getrouwd met Maria Elizabeth Furstenberg; zij kregen tien kinderen. Eind 1837 trok hij naar Natal, waar hij boer werd, landdrost van Conguela, notaris en Volksraadslid. Zijn Missive geeft ‘mededeeling van de oorsprong, oorzaken en voortgang van onze Emigratie’, maar ook heel vaak zijn emigratie. Men hoort erin zijn persoonlijke geraaktheid in zijn beschrijving van de ‘harde onderdrukking en verwaarlozing der belangen van de oude Kolonisten, algemene vermindering van het papieren geld, destijds in omloop, en door het Engelsch Gouvement gewaarborgd, vervolgens in een algemeene ontevredenheid door de onbillijke en schandelijke manier van Emancipatie der slaven’ (en hun financiële taxatie op een derde van de oorspronkelijke waarde), toegevoegd met ‘vele kwaadaardige beschimping en zinspelingen op ons karakter en gewoontens’. 

Directe betrokkenheid hoort men ook in zijn beschrijving van de moord in opdracht van Dingaan van Piet Retief en de zijnen door de Zoeloes (6 april 1838) – zijn verslag van de gruwelijkheden (eens elders door hemzelf gezien) was voor een deel gebaseerd op de woorden van een ooggetuige, een dienstbode van de zendeling Owen. Roos behoorde tot het commando dat na Bloedrivier (16 december 1838) naar Dingaans woonplaats Ungungundlovu ging en daar het gebeente van Retief en zijn medeslachtoffers zag. Roos stond erbij toen Retiefs brieventas met het verdrag gevonden werd.  

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_2067.jpg

Een opmerkelijk element van het verhaal van Roos is, dat hij de bloeddorstige Shaka, Dingaan, Mzilikazi verafschuwde, maar waardering had voor de Zoeloes en hun leefwijze. Hij vertelde bijvoorbeeld dat mannen en vrouwen vrijwel geheel naakt rondliepen, maar hij had nooit enige ongevoeglijk gezien. Verbaasd was hij ook, dat de meerdere vrouwen van een man ‘leven te zamen in vriendschap en onderlinge welwillenheid’. Zelfs hielpen die vrouwen hun man om nog een vrouw te kopen, en Roos gaf een persoonlijke ervaring in dezen door: hij had eens drie vrouwen gehuurd voor tuinwerk en wilde ieder een royale lap stof als betaling geven – de jongste van hen vroeg hem het textiel in één stuk te geven, dan was het groot genoeg om een vierde vrouw ermee te betalen want een vierde deelt mee in hun arbeid en vergroot de gezelligheid.

Smellekamp kwam in september 1842 terug in Amsterdam, waarop Ohrig de documenten op 26 oktober 1842 persoonlijk overhandigde aan de koning. Zijn verzoek Natal onder Nederlandse bescherming te plaatsen stelde de koning uiteraard terzijde. Desondanks stuurde Ohrig Smellekamp met de Brazilie opnieuw naar Port Natal. Daar weigerden de Engelsen de toegang tot de haven (mei 1843), waarop de Brazilie naar Delagoabaai ging, vanwaar Smellekamp contact met de Voortrekkers in Lijdenburg (noordoost-Transvaal) opnam. In januari 1848 reisde Smellekamp voor de derde keer naar zuidelijk Afrika, ditmaal op de Animo, uitgereed door de Hollandsche Handel- en Reederij Maatschappij te Vlaardingen, opgericht door Ary Hoogendijk Jacobsz. (15 augustus 1800-14 juli 1876). De handelswaar in de Animo bestond uit ruim f 22.000 aan textielen, potten en pannen, spijkers en bijlen en een hele boel meer. 

Bij het vertrek van de Animo sprak prof. U.G. Lauts, de grote voorstander van samenwerking met de Voortrekkers reder en bemanning toe. De Animo kwam veilig terug (met huiden en wol en soortgelijke), maar voor de rederij leverde de reis een negatief saldo van zo’n f 20.000 op. Hoogendijk vergat Zuid-Afrika  daarna. En ook het cahier met de Missive van François Roos, kennelijk door Smellekamp ooit aan hem geschonken om hem tot het Animo-avontuur over te halen. Het lag vergeten in het familie-archief, totdat vorig jaar een nakomeling het naar het Zuid-Afrika Huis bracht. Een interessant historisch document. 

Literatuur: C. Beelaerts van Blokland, reeks artikelen en documenten in Hollands Zuid-Afrika, december 1920-maart 1922, over de reis van de Animo (1842), de Vasco da Gama (1848) en Na Bloedrivier; J. Ploeger, Ulrich Gerhard Lauts (Pretoria 1946);B.J. Liebenberg, Nederland en die Voortrekkers van Natal (Pretoria 1964) 

Meer nieuws

15 november 2021, Evenement
Boeken uit het Huis: Irma Joubert, ‘Een thuis in Afrika’
Tijdens de negende aflevering van ‘Boeken uit het Huis’ gaat Ingrid Glorie, freelance journalist en vertaler, in gesprek met Irma Joubert en met Dorienke de Vries, Jouberts vaste vertaler die een belangrijk aandeel heeft in het succes van Jouberts boeken in Nederland.
11 november 2021, Evenement
Footnotes – Intersectional Strategies in (South) Africa
Our new bi-monthly interdisciplinary program on changemaking voices in artwork, books, films and other media. We’ll be talking about black feminism, queerness, violence, mermaids, struggle, post memory, heritage, myth busting, empowerment, and image making.
2 november 2021, Evenement, Expositie
History’s footnote: on love and freedom
“To look at history through the lens of love and freedom is a daunting and liberating task.” But where do we understand this historical past to be situated? Is it within a backward linearity or in the expansive notions of cyclical temporality that many non-Western traditions offer?
4 november 2021, Evenement
Om erbij te horen: transtaligheid, saamhorigheid en het maken van Zuid-Afrikaanse sociale gemeenschappen
Op 11 en 12 november vindt in Amsterdam een symposium plaats dat wordt georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam (Leerstoel “Zuid-Afrikaanse literatuur, cultuur en geschiedenis”), de Universiteit van Gent (Gents Centrum voor Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika) en het Zuid-Afrikahuis Nederland.

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons