Bibliotheek

Stormkind

26 november 2020
Auteur: Riet de Jong-Goossens
Foto:

Delen:

Riana Scheepers schreef in 2018 een jeugdboek dat ook volwassenen een heel bijzondere leeservaring biedt. In Stormkind. (Kaapstad: Tafelberg, 2018) plaatst Scheepers een klein meisje af en toe terug in de tijd vóór de Europeanen in Zuid-Afrika aankwamen. Ze doet dat via dromen en verbeelding, wat een fascinerend resultaat oplevert. Hieronder de Nederlandse vertaling van een deel van het eerste hoofdstuk.

Ze wordt wakker van de kletterende regen op het dak en het geloei van de wind. Verrukt ligt ze in het donker naar de storm te luisteren. De wind huilt als een wolf. Hij rukt aan de deuren van het huis, jaagt blazend  door de schoorsteen. De wind waait de as van het vuur van de vorige avond als een grijze wolk rond in de haard, rukt woedend aan de raamkozijnen en aan de ruiten van het boerenhuis. Het is een verschrikkelijke storm, een wind die het voor elkaar zal krijgen om de gevel van een huis in elkaar te laten tuimelen, schoorstenen van het dak te rukken, dakpannen weg te jagen. Deze wind zou een heel huis kunnen optillen, met kasten en stoelen en tafels en alles wat erin staat, met vader, moeder en kinderen nog slapend in hun bed om ze aan de andere kant van de bergen neer te zetten. Regendruppels en zelfs een paar hagelkorrels klapperen dof op het rieten dak, de goten suizen van massa’s bruisend water, de brede terrassen rond het huis worden overspoeld door regenvlagen. 
Het is een wonderlijke nacht. Een nacht waarin je wilt opstaan en naar buiten gaan. Ze zou het de regen zomaar willen toestaan haar mee te nemen samen met de rivier, dobberend over de ronde witte stenen die loskomen van de berg. Gekker dan gek zou de rivier haar dan grijpen, zoals een mens een wild paard berijdt. Of wil ze soms dat de wind haar optilt en aan de wolken toevertrouwt, tuimelend in wilde koprollen, samen met de bladeren van de bomen en de lakens van haar bed en witte schaapsvachten sneeuw. 
Deze storm heeft betekenis. Deze storm is ánders, ze weet het zo zeker als dat ze de lappendeken van oma Lien op haar lichaam voelt. Maar wát bedoelt hij?
Ze stapt uit haar bed en gaat voor het raam staan. Ze ziet bliksemflitsen die het duister verscheuren, vreemd, hier in het Boland, heldere lichtflitsen en rammelende donderslagen. Ze schuift het raam omhoog. De wind werkt zich schurend naar binnen en drukt haar nachthemd tegen haar lichaam, speelt met het gordijn dat nat wordt. De bladzijden van een boek dat open op tafel ligt worden omgeslagen, alsof een onzichtbare hand erin bladert. Ze klimt door het raam naar buiten en gaat op het terras staan. De uilen laten hun oehoe niet horen.
Raka de pronkrug, de roodharige hond, komt ergens uit het donker tevoorschijn en drukt zich dicht tegen haar aan. Hij duwt zijn grote snoet onder haar hand.
‘Sst, Raka, ga liggen, ga slapen. Je kunt nu niet met me mee!’ Ze streelt zijn kop, frommelt zijn oren tussen haar vingers.
Kan ik niet met je mee? vraagt hij vriendelijk, maar hij ziet dat ze hem niet mee wil nemen. Deze nacht niet. Hij laat haar alleen. Even stil als hij is gekomen, verdwijnt hij weer.
Haar hele lichaam beeft, niet van de kou, maar omdat ze zo geniet van die heerlijke storm.
Storm, noemen de mensen op de boerenhoeve haar. Stormkind.
‘Goeie genade nee, vergeet het maar,’ zegt haar oma geërgerd. ‘De mannen in deze familie heten Storm. Jullie gaan waarachtig een klein meisje niet ook zo noemen. Of ze nu van stormen houdt of niet, ze heet Jana en dat is een prachtige naam, ik wil er niets meer over horen, basta!’ Alles in één adem.
Maar niemand luistert naar oma Lien. Ze noemen haar allemaal Storm, klein meisje of niet. Stormkind. Als ze zich herinneren dat ze ook nog een andere naam heeft, noemen ze haar StormJana. Ze is het kleinkind van OuStorm van Deventer van Stormkloof, de dochter van KleinStorm van Deventer.
Moya, noemt Ntuli haar, de stille man die uit KwaZulu-Natal komt en in de tuin van haar oma werkt. Ze kijkt op, hoort wat hij zegt en begrijpt hem. Ja, dat is ze. Moya. Wind.
Het is deze wind die haar nu roept.
Jana weet dat de woede van haar vader en van oma Lien groot zal zijn als ze nu op weg gaat en de regen in loopt, maar ze kan zichzelf niet tegenhouden. Het maakt niets uit of het stikdonker is of niet; ze kent de weg, ze kan goed zien in het donker.
Wat StormJana niet weet, nog niet, is dat ze, hoe ver ze ook loopt, met haar lange haren een glanzende draad spint. Al lopend komen er een of twee van haar rode haren los van haar huid en die worden vastgeknoopt aan de takken van de struiken, de bomen, de hagen. Zo laat ze een glinsterend spoor achter overal waar ze ook gaat.
In de wijngaard ziet Tarsis, het spookpaard van Stormkloof, haar aankomen. Hij hinnikt zachtjes, slaat met zijn voorpoot op de grond en schudt zijn hoofd zodat zijn blonde manen uitwaaieren over zijn hals.
Binnen een paar tellen is StormJana kletsnat, haar nachthemd een natte huid tegen haar lichaam, maar ze voelt de kou niet.
Kijk eens hoe mijn blote voeten sporen achterlaten op de grond, kijk eens naar de kleur van het water in de nacht, en ruik eens hoe zoet de wind is, denkt ze.
Ze loopt door de wijngaard waar de druivenranken hun hoofden buigen tegen de regen, langs het spookpaard van Stormkloof dat zijn hoofd naar haar keert en haar stil aankijkt, tot bij de bovenste weidegrond. Ze loopt tot bij het wilde olijfbomenbos met de grote boom die met zijn knoesterige stam krommer is dan alle andere bomen en boven hen allemaal uit troont. Het is de oudste boom op de plaas, zegt OuStorm, het was al een stokoude boom toen zijn voorzaten op de plaas kwamen wonen. Alle mensen die de geschiedenis van de Stormvallei kennen, zijn allemaal op de hoogte van het bestaan van die boom. Hij wordt beschreven in de geschriften van de reizigers die hier langskwamen, van Burchell en Andrew Geddes Bain. Piet Retief, had, voordat hij op weg ging over de berg het binnenland in, de mensen onder die boom bij elkaar laten komen. Oma Lien zegt dat zelfs lady Anne Barnard een mooie kleine tekening had gemaakt van die boom toen zij Stormkloof kwam bezoeken, en dat was meer dan tweehonderd jaar geleden.
StormJana gaat onder tegen de stam van de boom zitten. Wat is het hier stil. De zuring op de grond vormt een dik tapijt. De voeten van StormJana worden zuringgroen. Tjier, tjier… zingt de nacht. De bladeren aan de boom ruisen boven haar hoofd. Het hout van de wilde olijf  gromt diep vanuit de stam. Ze voelt het rillen tot in haar ruggenmerg. Haar hart gaat stiller kloppen. Ze ruikt de regen en ze ademt de wind diep in haar longen.
Ze weet dat er iets gaat gebeuren.
Hier. Deze nacht.
Pas als de regen bedaart en de wind een beetje gaat liggen, is ze bereid terug te gaan naar huis. Ze staat op, draait zich om naar de boomstam. Aan de voet van de stam ziet ze nu een holte die is open gespoeld door de regen. Het is een holte die ze nooit eerder heeft gezien, zij die elke dag van haar leven hier bij deze boom komt.
Niet doen, zegt oma Lien altijd als ze door het koele bos lopen op weg naar hun picknickplek, wanneer ze over het smalle bergpad tussen de bloeiende protea’s lopen, en oma Lien intussen waterbloemetjes plukt uit de plas die ze aan Jana geeft om in haar mandje te leggen. Jana, mijn kind stop je hand niet zomaar in een of andere holte. Ga niet op je knieën zitten om met je gezicht vlakbij gaten van aardvarkens te loeren om te kijken wat erin zit, wat je niet moet doen, niet doen, vooral niet doen is in rotte holle boomstammen klimmen, niet met je hand voelen wat er binnenin zit, want wat erin verscholen zit, kunnen slangen zijn, of slijm en schorpioenen.
Maar StormJana gruwt niet van slijm en is al helemaal niet bang voor slangen en schorpioenen. StormJana stopt haar hand in de kuil onder de boom. Er zitten spinnenwebben in en rotte bladeren en ook water helemaal onder in het gat. Haar vingers raken het harde lijfje van een dode schorpioen aan, zaden van de wilde olijfboom, takjes, gruis en dingetjes die al lang vermolmd zijn. En een steen die zich opeens koel in haar hand vlijt. Ze haalt de steen uit het gat en betast hem met haar vingers. Zo’n steen had ze nog nooit gezien, rond én hoekig met onderaan een scherpe snijpunt. Het was een nogal grote steen maar de ronding met zijn drie hoeken past perfect in haar hand, alsof hij ervoor gevormd is.
Ze loopt terug naar huis met de steen, door de natte wei, het modderige pad af waar haar voetsporen al weer gevuld zijn met water. En terwijl ze terugloopt ziet ze het glinsterende spoor niet dat door haar haren is gespannen. Ze klimt door het open raam van haar kamer naar binnen en blijft staan zonder het raam dicht te doen. 
Tarsis het spookpaard hinnikt tevreden en verdwijnt in de nacht.
Raka heft zijn kop en schuift dan weer dieper tussen de kussens van de bank. Hij weet dat ze veilig terug is.
De steen krijgt een plekje op de brede houten vensterbank. Ze doet haar nachthemd uit en laat het in een nat hoopje aan het voeteneind van het bed op de grond vallen, stapt alleen met haar slipje aan weer in bed. Als ze de lappendeken over zich heen trekt, is haar dikke bos haar al droog.
Ik zal blazen en blazen en blazen totdat ik jouw huisje omverblaas, gromt de gruwelijke wolf zacht over haar blote schouders en spert zijn bek open zodat zijn tanden zichtbaar worden, maar zij glimlacht naar hem en dommelt heerlijk weg in de zachtheid van haar donzen kussen en het dekbed. Ze hoort niet hoe de oudste boom op de plaas diep van onder uit zijn stam begint te kraken en een paar seconden later met een geruis van bladeren en brekende takken zijn wortels uit de aarde losscheurt en met een verschrikkelijke klap omvalt en sidderend tussen de andere wilde olijfbomen blijft liggen. StormJana droomt.

Riana Scheepers, Stormkind. Kaapstad: Tafelberg uitgevers. ISBN: 9780624086611. 226 pagina’s. Hardcopy: €20,99. E-book: €11,99.

Het boek is ook te leen in de bibliotheek van het Zuid-Afrikahuis.

Meer nieuws

15 november 2021, Evenement
Boeken uit het Huis: Irma Joubert, ‘Een thuis in Afrika’
Tijdens de negende aflevering van ‘Boeken uit het Huis’ gaat Ingrid Glorie, freelance journalist en vertaler, in gesprek met Irma Joubert en met Dorienke de Vries, Jouberts vaste vertaler die een belangrijk aandeel heeft in het succes van Jouberts boeken in Nederland.
11 november 2021, Evenement
Footnotes – Intersectional Strategies in (South) Africa
Our new bi-monthly interdisciplinary program on changemaking voices in artwork, books, films and other media. We’ll be talking about black feminism, queerness, violence, mermaids, struggle, post memory, heritage, myth busting, empowerment, and image making.
2 november 2021, Evenement, Expositie
History’s footnote: on love and freedom
“To look at history through the lens of love and freedom is a daunting and liberating task.” But where do we understand this historical past to be situated? Is it within a backward linearity or in the expansive notions of cyclical temporality that many non-Western traditions offer?
4 november 2021, Evenement
Om erbij te horen: transtaligheid, saamhorigheid en het maken van Zuid-Afrikaanse sociale gemeenschappen
Op 11 en 12 november vindt in Amsterdam een symposium plaats dat wordt georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam (Leerstoel “Zuid-Afrikaanse literatuur, cultuur en geschiedenis”), de Universiteit van Gent (Gents Centrum voor Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika) en het Zuid-Afrikahuis Nederland.

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons