Bibliotheek

In de krochten van Verwoerds brein

25 februari 2021
Auteur: Bas Kromhout
Foto:

Delen:

Het gedachtegoed van Hendrik Verwoerd is voor het eerst minutieus in kaart gebracht door de historicus Christoph Marx. Maar wat zegt het over de oorsprong van apartheid?

Geen enkele politicus droeg zoveel directe verantwoordelijkheid voor apartheid als Hendrik Frensch Verwoerd (1901-1966). Vanaf 1950 als minister van Naturellesake en vanaf 1958 als minister-president, zag hij toe op de implementatie van het systeem van territoriale rassenscheiding, dat de macht van de witte minderheid – in het bijzonder de Afrikaners – voor komende generaties moest verzekeren. Velen die hem als politicus van dichtbij hebben meegemaakt, waren – positief of negatief – onder de indruk van Verwoerds onwrikbare geloof in zijn politieke missie. De man kende geen twijfel, maar meende dat hij het rationele, wetenschappelijke en morele gelijk aan zijn zijde had – ook al wist bijna iedereen buiten de eigen kring van Afrikaner nationalisten dat dat niet zo was. Dat roept vanzelf de vraag op: hoe kwam Verwoerd aan zijn opmerkelijke ideeën? Door wat en door wie is hij intellectueel gevormd?

Christoph Marx, hoogleraar niet-Europese geschiedenis aan de universiteit van Duisburg-Essen, is niet de eerste die zich deze vraag heeft gesteld. Maar hij is wel de eerste die zó diep graaft naar de wortels van Verwoerds denken. Dat geldt met name voor zijn jaren op de Universiteit van Stellenbosch (1919-1937), waar hij in korte tijd opklom van student tot hoogleraar in de psychologie en de sociologie. Marx las alle academische publicaties en collegecitaten die Verwoerd heeft nagelaten om te zien wat de centrale elementen waren in zijn mens- en wereldbeeld. Ook inventariseerde hij welke binnen- en buitenlandse vakgenoten Verwoerd in zijn teksten aanhaalde en verdiepte hij zich in hun wetenschappelijke en filosofische opvattingen.

Dankzij dit minutieuze bronnenonderzoek kan Marx een aantal wijdverbreide mythes ontkrachten. Zo vond hij geen bewijs voor de vaak herhaalde stelling dat Verwoerd tijdens zijn studieverblijf in Duitsland in 1926-1927 is beïnvloed door het nationaal-socialisme, de biologische rassenkunde of het völkische cultuurnationalisme. Apartheid was volgens Marx ‘een Zuid-Afrikaans gewas’ dat wortelde in een racisme dat typerend was voor blanke vestigingskolonies, en niet in het Europese fascisme. Ook heeft Marx geen aanwijzingen gevonden dat de leerstellingen van Abraham Kuyper een rol speelden in Verwoerds gedachtegoed. Historici die anders hebben beweerd, deden dat volgens Marx zonder een degelijke empirische onderbouwing.

Dat geldt met name voor de Amerikaanse sociaal geograaf Roberta Miller, die in 1993 een invloedrijk artikel over Verwoerds academische carrière heeft gepubliceerd. Volgens Miller was Verwoerd een pragmaticus, die relatief liberale ideeën had over ras, de natie en de rol van de staat. Van deze visie laat Marx vrijwel niets heel. Hij laat zien dat Verwoerd als student al een fanatieke Afrikaner nationalist was. Ook was hij wel degelijk een echte social engineer die de staat op alle terreinen een centrale rol toekende. En weliswaar stond Verwoerd sceptisch tegenover biologische verklaringen voor culturele verschillen, maar dat betekent niet dat hij geen racist was.

Marx ontdekte in Verwoerds academische geschriften een grote belangstelling voor ontwikkelingspsychologie, een richting die zich in de eerste plaats bezighield met opgroeiende kinderen, maar die door sommige toonaangevende vakgenoten ook werd toegepast op zogenaamde primitieve volken. Net zoals kinderen in de onderscheiden fases van hun ontwikkeling over verschillende mentale kwaliteiten beschikten, zo zou dat ook gelden voor volken met een ‘laagontwikkelde’ beschaving. Het was belangrijk om de eigenheid van deze volken te respecteren, net zoals je een kind niet als een volwassene moest behandelen. Volgens Marx ontleende Verwoerd aan deze tak van wetenschap zijn denkbeelden over zwarte Zuid-Afrikanen, die zich in hun thuislanden ‘langs eigen lijnen’ en in overeenstemming met hun capaciteiten hadden te ontwikkelen, en die zich – voor hun eigen bestwil – niet met de wereld van de witte grote mensen moesten bemoeien.

De grote vraag is: hoe verklaarde Verwoerd het vermeende verschil in ontwikkeling tussen de ‘Bantoes’ en de ‘Europeanen’? Hierover deed hij geen eenduidige uitspraken. Maar impliciet koppelde hij ontwikkeling, cultuur en geestelijke rijpheid aan huidskleur, dus een biologisch kenmerk. Dat leidde er onder meer toe dat hij bruine landgenoten, hoewel velen van hen cultureel dichtbij de Afrikaners stonden, als een apart ras behandelde. Dus terwijl Verwoerd eerder culturele dan biologische argumenten gebruikte om de apartheid te rechtvaardigen, was hij in de kern onmiskenbaar een racist.

In tegenstelling tot Miller beschouwt Marx Verwoerd als een dogmaticus, wiens denkbeelden tijdens zijn eerste volwassen jaren hun beslag kregen en daarna niet meer werden gewijzigd. Zo voert hij Verwoerds gewoonte om als spreker niet de emotie, maar de ratio van zijn gehoor aan te spreken terug op bepaalde psychologische experimenten die hij in Stellenbosch heeft uitgevoerd. Ook zou hij in het laboratorium hebben geleerd hoe mensen zijn te manipuleren. Overigens waarschuwt Marx voor de misvatting dat Verwoerd een wetenschapper in de politiek zou zijn geweest. In feite was het andersom: wetenschap diende in Verwoerds ogen een politiek doel, namelijk het bestrijden van witte armoede en de wederopstanding van de Afrikaner natie. Al tijdens zijn aanstelling in Stellenbosch mengde hij zich in het politieke debat, en het was geen verrassing dat hij de academie verliet om voor de Nasionale Party eerst propagandist en daarna politicus te worden.

Het is de grote verdienste van Marx dat hij de ideeënwereld van Verwoerd systematisch in kaart heeft gebracht, waardoor hij onduidelijkheden kan ophelderen en verkeerde aannames van collega’s corrigeert. Maar biedt deze exercitie ook een verklaring voor apartheid?

Op een aantal plekken in zijn boek merkt Marx op, dat Verwoerd in zijn leven geen enkele originele gedachte heeft gehad. Ook apartheid is niet aan het brein van Verwoerd ontsproten. Het intellectuele voorwerk was gedaan door een veelheid van Afrikaner academici, en kristalliseerde zich in 1948 uit in het rapport van de zogeheten Sauer-commissie van de Nasionale Party. In dit rapport stond – in de woorden van Marx – het ‘totaalconcept’ beschreven. Het was nog geen praktisch spoorboekje, maar het zette wel de hoofdlijnen van de apartheidspolitiek uiteen. Er ontbrak alleen nog een energieke politicus die in het plan geloofde, zijn blik vast op het doel gericht hield, elke oppositie rücksichtslos de kop indrukte en genoeg overtuigingskracht bezat om de gunst van de kiezers te behouden, ook wanneer er moeilijke tijden aanbraken door interne of externe druk. Voor deze rol was Verwoerd geknipt – zelfs zozeer, dat hij ten onrechte voortleeft als de ‘architect van de apartheid’. Zelfs tegenstanders zoals Allister Sparks en Max du Preez hebben zich laten misleiden door Verwoerds zelfstilering als intellectuele gigant, die alles tot ver achter de komma zou hebben uitgedacht.

Verwoerds historische betekenis ligt in zijn optreden als politicus, terwijl hij als denker eigenlijk oninteressant is. Daardoor heeft deze intellectuele biografie, hoe indrukwekkend ook, toch iets paradoxaals.

Bas Kromhout is historicus en werkt aan een biografie van Hendrik Verwoerd.

Christoph Marx, Trennung und Angst. Hendrik Verwoerd und die Gedankenwelt der Apartheid. Berlijn. Walter de Gruyter GmdH, , 2020. 9783110680447. 615 p., € 69.95.

Meer nieuws

3 juni 2024, Journalist in het Huis
Joernalis in die Huis: Clyde Adams
Sinds 2016 verblijven er journalisten van het Zuid-Afrikaanse Media24 op de Keizersgracht. Tijdens hun verblijf van twee maanden doen de journalisten buitenland-ervaring op en schrijven zij over Nederland en Europa voor hun eigen media in Zuid-Afrika. In mei en juni 2024 verblijft Clyde Adams in het appartement boven het Zuid-Afrikahuis! Op 6 juni geeft hij een lezing. About […]
6 mei 2024, Actueel
Webinar ‘Dynamiek van vervreemding en toe-eigening’
Op dinsdag 7 mei organiseert het Gents Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika een webinar over de dynamiek van vervreemding van toe-eigening tussen het Afrikaans en Nederlands. Verdere informatie vindt u op de afbeelding hieronder:
2 mei 2024, Actueel
De poëtica van verwantschap
De sectie Nederlands van het Departement Moderne Talen van de Universiteit van Luik organiseert een lezing en een voorstelling met als titel “De poëtica van verwantschap: een postkoloniale verkenning van transnationale banden met Nederland”. De voorstelling vindt plaats op 16 mei, van 19u30 tot 21u30, in TURLg – Salle du Théâtre 1 (1B Quai Roosevelt, […]

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons