Actueel

Het ‘Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche Studenten’ en de eerste rugbywedstrijd in Nederland

29 juni 2021
Auteur: Andre Paijmans
Foto: Revue der Sporten

Delen:

In de laatste decennia van de negentiende eeuw kwamen sporten als voetbal en cricket vanuit Engeland naar Nederland overwaaien. Voetbal zou in Nederland in korte tijd erg populair worden. Rond een andere Engelse sport, rugby, bleef het in Nederland echter stil totdat in Amsterdam studerende Afrikaners eind 1910 met hun Hollandsch-Afrikaansche Rugbyclub de eerste rugbywedstrijd op Nederlandse bodem organiseerden.

          
  In de Nederlandse sporthistoriografie is amper aandacht besteed aan deze eerste wedstrijd. Rugby was en is vandaag de dag in Nederland nog steeds een relatief kleine sport. Daarbij komt dat sportgeschiedenis door Nederlandse historici nog niet zo heel lang als een serieus onderzoeksveld wordt beschouwd.[1] Dit in tegenstelling tot de Angelsaksische landen waar het al geruime tijd een volwassen wetenschappelijke discipline is.

            In dit artikel breng ik de eerste Nederlandse rugbywedstrijd tot leven. Eerst ga ik echter in op de vraag waarom uitgerekend Afrikaners na de verloren Boerenoorlog (1899-1902) een door en door Engelse sport als rugby in Nederland introduceerden.

De cultuurtransfer van rugby en de toe-eigening door Afrikaners

Sommie Morkel was in 1906 een van de Afrikaners die geselecteerd werden voor de eerste tour door Groot-Brittannië en Frankrijk van de Springbokken (Springboks), het nationale rugbyteam van Zuid-Afrika. Toen hij in december 1906 in Londen in de stromende regen het rugbyveld van Crystal Palace in Londen betrad om voor 40.000 Engelse rugbyfans tegen Engeland uit te komen, was het niet de eerste keer dat hij zich door een Britse overmacht omringd moet hebben gevoeld, als we de Britse sporthistoricus Tony Collins mogen geloven.[2] Zes jaar eerder werd hij, met wat er van zijn Afrikanerregiment over was, tijdens de Boerenoorlog bij Driefontein onder de voet gelopen door de Britse cavalerie. Morkel overleefde en zou als krijgsgevangene de rest van de oorlog op St. Helena van de Britse gastvrijheid mogen genieten. In 1906 liep het echter beter af voor Morkel. Engeland en Zuid-Afrika hielden het op een 3-3 gelijkspel.

           Na de Boerenoorlog verloren de Afrikaner republieken Transvaal en Oranje-Vrijstaat hun onafhankelijkheid en gingen ze op in het Britse Empire. Van één natie verenigd onder de Britse kroon was echter geen sprake, gezien de vijandigheid tussen Afrikaners en Engelstaligen die nog niet zo lang geleden in de oorlog tegenover elkaar hadden gestaan. Door de autoriteiten werd dan ook naarstig gezocht naar een manier om beide witte bevolkingsgroepen tot elkaar te brengen. In hun zoektocht kwamen zij uit bij de rugbysport die onder de Afrikaner bevolking in korte tijd populair was geworden.[3] Een succesvolle Europese tour van het nationale team, meende men, zou wellicht een golf van verbroedering teweeg kunnen brengen. De tourists voldeden in 1906 boven verwachting aan de opdracht. Het team won 26 van de 29 wedstrijden. Wales, Frankrijk en Ierland werden het slachtoffer van de dadendrang van de Springboks, terwijl Engeland zich, zoals hiervoor beschreven, gelukkig mocht prijzen dat het er met een gelijkspel van af kwam. Zuid-Afrika zou na de tour definitief toetreden tot het selecte gezelschap van mondiale rugbygrootmachten.

Macintosh HD:Users:suzanne:Desktop:ffeec96de2d7ce208b591204c910ea46.jpg
afb.1 Het Springbokteam uit 1906. Tweede van links zittend op de grond is Steve Joubert, die vier jaar later in Amsterdam de eerste rugbywedstrijd op Nederlandse bodem zou organiseren. Sommie Morkel is afgebeeld in de cirkel rechts. Bron: Worldrugbymuseum.

           Hoe kwam het dat Afrikaners na de verloren Boerenoorlog in korte tijd zo massaal met het rugbyvirus werden besmet? Dit mag bijzonder worden genoemd omdat velen van hen een grote afkeer hadden van alles wat Engels was.Rugby was meer dan welke Engelse sport nauw verbonden met het Britse koloniale Rijk. Op de Engelse public schools waar de leerlingen veelal werden klaargestoomd voor een carrière in dienst van het Empire of de krijgsmacht, werd aan de rugbysport een grote opvoedkundige waarde toegedicht. Juist deze sport zou uitgroeien tot wellicht wel het belangrijkste boegbeeld van het Afrikaner nationalisme.[4]

           De receptie en toe-eigening van de rugbysport door de Afrikaners maken het tot een geslaagde cultuurtransfer. Deze term werd in de jaren tachtig van de vorige eeuw gemunt door de germanisten Michel Espagne en Michael Werner. In hun cultuurwetenschappelijk onderzoek staat niet de vergelijking tussen twee culturen centraal maar juist de wisselwerking (cultuurtransfer) tussen die culturen.

           In antwoord op de vraag waarom rugby in korte tijd populariseerde onder de Afrikaner bevolking wordt in de literatuur onder meer gewezen op de ervaringen van Afrikaner jongemannen die tijdens de Boerenoorlog in Britse krijsgevangenkampen belandden en daar kennismaakten met de rugbysport.[5] Rugby moet voor hen een uitlaatklep zijn geweest bij de verwerking van gevoelens van verlies en vernedering. Bovenal paste deze sport goed bij het Afrikaner zelfbeeld van zelfredzaamheid, overlevingsdrang en verzet. Na hun vrijlating droegen zij uit dat zij door rugby fysiek en mentaal de ontberingen van het krijgsgevangenkamp hadden weten te doorstaan. Zij bleven rugby spelen en richtten overal in het land rugbyclubs op. Hiermee zorgden zij ervoor dat rugby kon uitgroeien tot Zuid-Afrika’s nationale sport.

           Door hun enorme populariteit zouden bekende rugbyspelers en officials via invloedrijke organisaties zoals de Broederbond een belangrijke rol gaan spelen in de Zuid-Afrikaanse samenleving en in de politiek.[6] Gegeven de nauwe banden tussen rugby en de politiek, zou de springbok, die het shirt van de nationale ploeg sierde, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw symbool van de apartheidspolitiek worden.

           Ondanks het besmette verleden ging rugby een belangrijke rol spelen in het nieuwe Zuid-Afrika van na de apartheid. Nelson Mandela greep als president het in 1995 in Zuid-Afrika gehouden wereldkampioenschap rugby aan om zijn oproep tot verzoening kracht bij te zetten. Bekend is het beeld van hoe hij gekleed in een springbokshirt ten overstaan van een euforische natie en de rest van de wereld de wereldbeker uitreikt aan Springbok captain Louis Pienaar.[7] Ook de zwarte gemeenschap sloot de ooit gehate Springboks in haar hart. De krant The Sowetan kopte met grote letters ‘Amobokoboko’ (Springboks).

afb. 2 en 3 Nelson Mandela reikt in 1995 de wereldbeker rugby uit aan Louis Pienaar

          In 2019 werd Zuid-Afrika voor de derde keer wereldkampioen rugby. Dit keer met een team van zwarte en witte spelers onder leiding van een zwarte aanvoerder Siya Kolisi. Ook toen was de geest van verbroedering van 1906 niet ver weg. Kolisi sprak na de tegen Engeland gewonnen finale de volgende woorden: ‘Er zijn veel problemen in ons land, maar het is ongelofelijk om een ploeg als deze te hebben. We komen voort uit verschillende achtergronden en rassen. We zijn samen hier gekomen met één doel en dat hebben we nu bereikt. We hebben met deze overwinning aan Zuid-Afrika getoond dat we iets kunnen bereiken als we samenwerken.’

           Keren we nu terug naar die eerste rugbywedstrijd in Nederland georganiseerd door de in Amsterdam studerende Afrikaners. We schrijven 26 december 1910.

Wedstrijd in de modder

Oorspronkelijk zou op de zaterdag voor de kerst gespeeld worden. Echter die dag bleek dat het veld van de Amsterdamse voetbalvereniging R.A.P. op het terrein Oud Roosenburgh door de aanhoudende regen onbespeelbaar was. Uiteindelijk kwam het er dan twee dagen later toch nog van. Naar schatting 1.700 toeschouwers trotseerden die tweede kerstdag de kou en de slagregens om de, in alle landelijke dagbladen als spektakel aangekondigde wedstrijd, te bekijken. Tevoren waren de lezers al op de hoogte gebracht van allerlei wetenswaardigheden rond de wedstrijd.Zo werd bericht over de aankomst in Amsterdam van de tegenstander uit Edinburgh en het bezoek dat de spelers in de avond brachten aan onder meer theater Carré.[8]

          Veel aandacht was er ook voor het team van de in Amsterdam studerende Afrikaner studenten. Met foto’s en al werden zij uitvoerig bij het Nederlandse publiek geïntroduceerd. Een van hen was aanvoerder Stephen (Steve) Joubert (1887- 1951).[9] Ondanks dat hij in 1906 pas 19 was, was hij een van de Springboks die in 1906 Groot-Brittannië in vervoering bracht tijdens de Europese tour. Voor 45.000 toeschouwers had hij in Wales vanaf de wing nog de beslissende try gescoord tegen de onoverwinnelijk geachte Welshmen. Hoe kon het gebeuren dat deze grootheid van het internationale rugby die tweede kerstdag in 1910 in Amsterdam op het modderveld van R.A.P. belandde?

            Steve Joubert vinden we terug in het herdenkingsboek naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche Studenten uit 1935.[10] Joubert was in 1910 een van de veertig in Amsterdam studerende Afrikaners.[11] Kennelijk deed hij dat met een beurs van het fonds. Volgens de vermelding in het herdenkingsboek studeerde hij van 1908 tot 1914 medicijnen in Amsterdam. Via Engeland reisde hij in 1914 terug naar Zuid-Afrika om zich daar als arts te vestigen.

          Tijdens Jouberts studietijd in Amsterdam werd in 1909 de Suid-Afrikaanse Studente Vereniging in Amsterdam (SASVIA) opgericht. Met een garantie van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging (NZAV) voor het betalen van de huur kon men een jaar later al een eigen clubhuis betrekken aan de Nassaukade 369 in Amsterdam.[12] Daar, als Afrikaners onder elkaar en wellicht gedreven door heimwee, moet het idee zijn ontstaan een rugbyclub op te richten (de Hollandsch-Afrikaansche Rugbyclub) en een wedstrijd te organiseren. Een team om tegen te spelen was in Nederland niet te vinden dus werd een team van bevriende, in Edinburgh studerende Afrikaners uitgenodigd om naar Amsterdam te komen.           

afb. 4Beide teams voorafgaand aan de wedstrijd in Amsterdam. Links het team uit Edinburgh, rechts het team van de Hollandsch-Afrikaansche Rugbyclub. Bron: Revue der Sporten.

Zo geschiedde het dusop die Tweede Kerstdag in 1910. Voor het in groten getale toegestroomde publiek moet het – na de ronkende publiciteit voorafgaande aan de wedstrijd – een anticlimax zijn geweest, althans als we de kranten mogen geloven. Toegegeven, het weer hielp niet echt mee en het veld verkeerde (nog steeds) in een belabberde staat, maar ook het schouwspel op het veld viel bitter tegen in de ogen van de toeschouwers, die de spelregels niet kenden. Het Algemeen Handelsblad was van alle kranten nog het meest kritisch door de wedstrijd een lachertje te noemen: ‘Toch was de wedstrijd een zeer beslist succes………een lachsucces n.l.!’[13] Verder in het artikel concludeerde de verslaggever:‘We vonden het spel wel grappig en ook zeer levendig, maar als te woest kon het ons toch niet recht bekoren’. Het artikel werd afgesloten met een vergelijking naar de programmering van theater Carré: ‘Voor Carré moet het niet gemakkelijk zijn elk jaar een pakkende pantonime te kiezen. Waarom probeert hij het niet eens met een rugby-vertooning?’.     

          Toch waren er ook enkele positieve berichten. Zo pakte het sporttijdschrift De Revue der Sporten groot uit met voor die tijd ongekend fotomateriaal en ook het NZAV-periodiek Hollandsch Zuid-Afrika deed verslag van de wedstrijd.[14] Hierin wordt gesproken over het ‘verdriet van de vele jonge Afrikaners in ons midden, die maar weinig hun kracht en behendigheid in het ook bij hen zoo geliefde en met zoveel goeden uitslag beoefende “rugby” te toonen’. De wedstrijd werd overigens in het voordeel van de gasten uit Edinburgh beslist. Kort voor tijd scoorden zij een try en werd de eindstand op 0-3 bepaald.          

afb. 5 Beeld van de wedstrijd in Amsterdam. Edinburgh mag ingooien voor de scrum. Bron: Revue der Sporten.

         Uit de reacties van het publiek en de verslagen in de kranten valt af te leiden dat Nederland niet warmliep voor de rugbysport. Van zelfs ook maar het begin van een cultuurtransfer en een proces van toe-eigening en receptie was geen sprake. Dat Afrikaner studenten in Nederland een rugbywedstrijd organiseerden brengt echter nog iets anders aan het licht. Het bevestigt namelijk ook dat Afrikaners en Nederlanders in cultureel opzicht steeds verder uit elkaar aan het groeien waren.

          In een brochure uit 1903 waarmee werd beoogd geld in te zamelen voor het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche Studenten wordt benadrukt dat ‘het hollandsch Zuid-Afrika, wil het hollandsch blijven, […] thans meer dan ooit, behoefte [heeft] aan hollandsch opgeleide voormannen’.[15] Maar, terwijl de Afrikaner studenten hier nu juist studeerden en leefden om later, na terugkeer in Zuid-Afrika, de Nederlandse cultuur te kunnen uitdragen, introduceerden zij, paradoxaal genoeg, hun nationale sport in Nederland. Rugby was in 1910 al een belangrijk onderdeel van de Afrikaner identiteit en cultuur. Met het organiseren van een rugbywedstrijd in een land waar deze sport vrijwel onbekend was, benadrukten zij (welllicht onbewust) hun nationale identiteit.

         Dergelijke signalen waaruit kon worden opgemaakt dat de Afrikaner bevolkingsgroep in cultureel opzicht meer en meer afstand van Nederland begon te nemen, werden in Nederland echter niet opgepikt. Pas jaren later in 1920 zou NZAV-voorzitter Pont er tijdens zijn reis naar Zuid-Afrika achter komen dat de Afrikaners ‘niets meer van ons nodig hebben’.[16] In zijn boek De mythe van stamverwantschap. Nederland en de Afrikaners, 1902-1930 geeft historicus Bart de Graaff aan dat het Afrikaner nationalisme zich gedurende de eerste dertig jaar van de twintigste eeuw in het algemeen allergisch toonde voor Nederlandse invloeden’.[17] De Afrikaners hadden geen boodschap meer aan de negentiende-eeuwse (Nederlandse) mythes van stamverwantschap en moederland en gingen hun eigen weg. En die leidde op 26 december 1910 naar een voetbalveld in Amsterdam dat voor de gelegenheid tot rugbyveld was getransformeerd.

Epiloog                                                                          

Het is de verdienste van de Afrikaner studenten geweest dat in 1910 voor het eerst rugby in Nederland te zien was. Het was geen succes. Toch werd hiermee het zaad gezaaid voor een klein plantje dat in de beslotenheid van Nederlandse studentenclubs gekoesterd werd maar desondanks niet echt wilde groeien. Pas in de laatste decennia van de vorige eeuw kwam hierin verandering, groeide het aantal clubs en spelers en werd ook het imago van een studentensport definitief afgeschud.

         Desondanks is het in Nederland toch een relatief kleine sport met circa 90 verenigingen die bij elkaar goed zijn voor ongeveer 16.000 leden. Het vijftiental Afrikaner studenten uit 1910 en hun wedstrijd op die ijskoude en natte tweede kerstdag heeft geen blijvende herinnering achtergelaten in het collectieve Nederlandse sportgeheugen. Vermoedelijk weten zelfs de diehard Nederlandse rugbyfans niet eens dat het team van Afrikaner studenten dat die eerste wedstrijd op Nederlandse bodem organiseerde, werd aangevoerd door Steve Joubert die in 1906 behoorde tot de zo succesvolle Springboks.     

         Met het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche studenten werd beoogd de Nederlandse invloed in Zuid-Afrika te waarborgen en te vergroten. Ongeacht het antwoord op de vraag in welke mate dit is gelukt, heeft het fonds onbedoeld wel een ander effect bewerkstelligd, namelijk de introductie van de rugbysport in Nederland.                                                           


Over de auteur
André Paijmans is jurist en cultuurwetenschapper. Hij rondde zijn master cultuurwetenschappen af met een scriptie over de netwerken van Johan Visscher en hun rol in de politieke ontwikkelingen in Zuid-Afrika van 1909 tot 1923. Hij is oud rugbyspeler en hoewel niet zelf meer actief op het veld, nog steeds een groot liefhebber van de rugbysport.                                                                                                                                      


[1] Een recent voorbeeld van de in Nederland toegenomen belangstelling voor sporthistorie is het proefschrift van Jan Luitzen. Ook hij is van mening dat Nederland geen lange traditie van sportgeschiedschrijving kent. Jan Luitzen, Vivat! Vivat Noorthey! Een cultuurhistorisch onderzoek naar de introductie van cricket, voetbal en lawntennis in Nederland (Emst 2020) 20-21.

[2] Tony Collins, The oval world. A global history of rugby. (London/New York 2015) 126-127.

[3] Ibidem, 140.

[4] David R. Black en John Nauright, Rugby and the South-African nation. Sport, cultures, politics and power in the old and new South Africas (Manchester/New York 1998) 61.

[5] Collins, The oval world, 139-140. Ook voor de Boerenoorlog werd er al rugby gespeeld in Zuid-Afrika. Onder de Afrikaners populariseerde rugby echter pas na de Boerenoorlog.

[6] Black en Nauright, Rugby and the South-African nation, 61-76.  

[7] In 2009 kwam de film Invictus uit over de door de Springboks in 1995 gewonnen wereldbeker rugby en de betrokkenheid van Nelson Mandela bij het wereldkampioenschap. In 2016 kwam in Zuid-Afrika de film Modder en Bloed uit over Afrikaners in krijgsgevangenschap tijdens de Boerenoorlog en de rol van rugby. Het is deels gebaseerd op de ervaringen van Sommie Morkel.

[8] De Courant, 23 december 1910.

[9] Ibidem, 24 december 1910.

[10] J.W. Pont, Het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche Studenten 1885-1935. Overzicht van zijn geschiedenis (Amsterdam 1935) 68. Archief Zuid-Afrika huis ZAH  068-1177.

[11] Ibidem 26.

[12] Ibidem.

[13] Het Algemeen Handelsblad, 27 december 1910.

[14] De Revue der Sporten, 29 december 1910. Hollandsch Zuid-Afrika, 15 januari 1911.

[15] J.H. Gunning, G. Bellaar Spruyt en J.W. Pont, Het Studiefonds voor Zuid-Afrikaansche Studenten in Nederland heeft geld noodig. Waarom? Waartoe? Een woord aan allen, die nog wat over hebben voor Zuid-Afrika (Amsterdam 1903) 8-9. Archief ZAH 068-1172.

[16]  Bart de Graaff, De mythe van de stamverwantschap. Nederland en de Afrikaners, 1902-1930 (Amsterdam 1993)199. De Graaff citeert uit het reisverslag van Pont.

[17] Ibidem, 320.

Meer nieuws

13 juli 2022, Actueel
Antjie Krog wordt officier in de Belgische Kroonorde
De Belgische ambassadeur, Didier Vanderhasselt, reikte in de Kaap de titel Officier in de Kroonorde uit aan de Zuid-Afrikaanse auteur Antjie Krog.
8 juli 2022, Journalist in het Huis
Joernalis in die Huis: Hanlie Stadler
Voor het eerst in bijna drie jaar mogen we weer een journalist van het Zuid-Afrikaanse Media24 ontvangen op de Keizersgracht.
6 juli 2022, Cultuur
Sabelo Mlangeni en Lindokuhle Sobekwa in Huis Marseille
Deze zomer in Amsterdam? Vanaf heden tot en met 4 augustus zijn er twee exposities te bezichtigen van de Zuid-Afrikaanse kunstenaars Sabelo Mlangeni en Lindokuhle Sobekwa, in het Huis van Marseille.

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons