Valentyn, François. Oud en Nieuw Oost-Indiën (1726)

In ‘Oud en Nieuw Oost-Indiën’ geeft François Valentyn, een predikant in Oost-Indië, een gedetailleerde beschrijving van de geschiedenis van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Op de linkerbladzijde is een fragment uit een kruidboek te zien, waarnaast een uitgevouwde tekening van de Compagnie’s moestuin in Kaapstad wordt weergegeven. Deze tuin was ontstaan uit de moestuin van Jan van Riebeeck en was door de Compagnie aangelegd om groentes te verbouwen om deze aan de schepen mee te geven. Binnen de tuin kon men dan ook allerlei soorten gewassen, bomen en planten vinden die de VOC vanuit Europa, Azië en andere delen van de wereld had meegebracht. 

Valentyn omschreef het als een ‘uitmuntenden Africaanſchen thuin; te wonderlyker, omdat men die heeft op den barſten uithoek die men zou konnen vinden.’ 

Ten tijde van de aanleg van de tuin was de toegang beperkt en werd deze hoofdzakelijk bezocht door leden van de VOC of mensen met status. De bezoekers mochten lopen en gaan waar ze wilden in de tuin, maar op groente of fruit plukken stonden zware straffen. De slaafgemaakten werkten in de tuin en toegang hiertoe was verboden. Tegenwoordig is de toegang tot de tuin gratis en is het nog steeds een plek die veel wordt aangeraden en bezocht om te wandelen en te ontspannen.

English version

In ‘Oud en Nieuw Oost-Indiën’, a 3-part book, François Valentyn, a preacher in the East Indies, provides a detailed account of the history of the Dutch East India Company (VOC). On the left page is an excerpt of a book of botany, next to which is a folded-out drawing of the Company’s garden in Cape town. This garden originated from the vegetable garden of Jan van Riebeeck and was created by the Company to grow vegetables to provide to the ships. Within the garden one could find all types of crops, trees, and plants which the VOC had brought from Europe, Asia and other parts of the world.

Valentyn described it as an ‘uitmuntenden Africaanſchen thuin; te wonderlyker, omdat men die heeft op den barſten uithoek die men zou konnen vinden.’ [‘excellent African garden; all the more wonderful because it exists in the most exposed corner that one could find.’]

At the time the garden was created, access was restricted and it was primarily visited by members of the Dutch East India Company (VOC) or people of high standing. Visitors were free to roam around the garden, but picking any of the vegetables or fruit delivered severe penalties. Enslaved people worked in the garden, and free access was prohibited. Today, admission to the garden is free, and it remains a highly recommended and popular place for walking and relaxing.

Zuid-Afrikahuis Collection, 968.6 SCHO

Herinneringen uit Afrika, Fragment van een reisverhaal, door Hendrik P.N. Muller

Het blauwe boekje dat hier ligt, is een fragment uit het reisverhaal van Hendrik P.N. Muller, een koopman en mede-directeur van de Oost-Afrikaansche Compagnie. Het boek vestigde de reputatie van Muller als Zuid-Afrika deskundige en heeft bijgedragen aan zijn benoeming als consul-generaal van de Oranje Vrijstaat in Nederland. 

Het fragment gaat over zijn reis naar en zijn activiteiten in de provincie KwaZoeloe-Natal. Hij noteert onder andere hoe de reis verliep, met beschrijvingen van interacties met de lokale bevolking en hun klederdracht, maar ook van koortsaanvallen en het Afrikaanse landschap, dat hij op poëtische wijze omschrijft: “Velen hunner hebben ook Zuid Afrikaansche schapen bij zich kenbaar aan hun sluikhaar en hunne dikke vleeschachtige staarten die er uitzien als eene reusachtige peer.

Muller – hoewel officieel op handelsmissie – liet zich leiden door nieuwsgierigheid en avontuur. Een kort en verhelderend fragment dat dit ondersteunt en zijn achtergrond en inzichten goed illustreert is: “Den volgenden dag zond mij mijn dokter ter bestrijding der kustkoortsen maar niet wilden wijken naar Pinetown dicht bij Durban gelegen … Eerst moeten wij van Durban af den spoorweg nemen dan verschaffen wij ons paarden aan eene herberg en rijden gedurende een paar uur door een prachtig bergachtig landschap.

Zijn observaties zijn nuttig voor lezers die meer willen weten over Zuid-Afrika en haar omgeving. Zo schreef hij over een reiswagen getrokken door ezels die hij met zijn reisgenoten gebruikte, hoeveel deze kostte en “Ik kan dan ook voor lange reizen in Zuid Afrika het gebruik dezer dieren zeer aanbevelen.”

English Version

The blue book here is an excerpt from the travelogue of Hendrik P.N. Muller, a merchant and co-director of the East Africa Company. The book established Muller’s reputation as an expert on South Africa and contributed to his appointment as Consul General of the Orange Free State in the Netherlands.

The excerpt describes his journey to, and his activities in, the province of KwaZulu-Natal. He records, among other things, how the journey unfolded, describing interactions with the local population and their traditional dress, and discusses the bouts of fever he experienced and observed. He also wrote about the African landscape, which he describes poetically: “Velen hunner hebben ook Zuid Afrikaansche schapen bij zich kenbaar aan hun sluikhaar en hunne dikke vleeschachtige staarten die er uitzien als eene reusachtige peer.” [“Many of them also have South African sheep with them, recognizable by their straight hair and their thick, fleshy tails that look like a gigantic pear.”]

Muller – although officially on a trading mission – allowed himself to be guided by curiosity and adventure. A short and illuminating passage that supports this and illustrates his background and insights well is: “Den volgenden dag zond mij mijn dokter ter bestrijding der kustkoortsen maar niet wilden wijken naar Pinetown dicht bij Durban gelegen … Eerst moeten wij van Durban af den spoorweg nemen dan verschaffen wij ons paarden aan eene herberg en rijden gedurende een paar uur door een prachtig bergachtig landschap.” [“The next day my doctor sent me to Pinetown, near Durban, to combat the coastal fever that refused to subside… First, we have to take the railway from Durban, then we get horses at an inn and ride for a few hours through a beautiful mountainous landscape.”]

His observations are useful for readers who, at the time, wanted to know more about South Africa and its surroundings. He wrote, for example, about a donkey-drawn wagon he used with his travel companions, how much it cost, and how practical it was, “Ik kan dan ook voor lange reizen in Zuid Afrika het gebruik dezer dieren zeer aanbevelen.” [“I can therefore highly recommend the use of these animals for long journeys in South Africa.”]

Zuid-Afrikahuis Collection, A 916.8 MULL

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons