De duiven van District Six

Door Miriam Grootscholten

Bus 102 gaat van Salt River Rail naar Civic Centre. Ik stap in bij Upper Mountain en passeer al snel de lege vlaktes van wat ooit District Six was, een levendige wijk waar een zeer diverse bevolking woonde met een beroemde bioscoop en waar criminelen alleen elkaar lastigvielen. De ligging is prachtig: je kijkt zo de City Bowl in en daarachter schittert het water van de Tafelbaai. Ten tijde van de apartheid vonden blanken het een uitgelezen plek om een nieuwe wijk neer te zetten. De bevolking werd massaal weggestuurd, naar de vlaktes buiten de stad. Mensen met geld hadden geluk en konden elders een huis kopen. In het District Six museum zijn de verhalen, de straatnaamborden, de mensen en het leven van de wijk te vinden. Mijn Khoi vrienden, een Anglicaanse priester en een journalist die de apartheidsstrijd van binnenuit hebben meegemaakt en gevangen hebben gezeten, sturen me er naartoe. Ik moet vragen naar Joe Schaffer en Nuur, die daar werken en alles zouden weten. In het museum mag ik meteen doorlopen als ik vertel van wie ik kom. Joe en Nuur zijn bij het winkeltje in de hoek. Joe is een lange man, een jazzmuzikant. Nuur is, aan zijn kleding te zien, moslim. Wit kalotje, lange jurk. Vriendelijke mannen die me wijzen hoe ik door het museum kan gaan. Het is een oude kerk en ik loop de krakende houten trappen op. Ik lees de verhalen en bekijk de foto’s die een levendige wijk laten zien. Eén verhaal raakt me dieper dan de meeste anderen: een voormalige bewoner vertelt dat hij het geluk had een huis te kunnen kopen. Het hout van het duivenhok op zijn dak nam hij mee naar het nieuwe huis om het daar te weer op te bouwen. De duiven verhuisden mee. Na een tijdje durfde hij het aan om de duiven los te laten. Maar na een dag waren ze nog niet terug, na twee dagen ook niet. Het verontrustte hem. Bij toeval reed hij langs de plek waar zijn vorige huis had gestaan in District Six en zag tot zijn verbazing de duiven op het braakliggende terrein zitten. Hij stapte de auto uit en liep naar ze toe. De duiven bleven zitten en keken hem aan, alsof ze wilden zeggen waar is ons huis?

Als ik alles heb gezien kom ik terug bij Joe en Nuur, die me vragen naar mijn bevindingen. Ik vertel wat ik gezien en beleefd heb en kom bij het verhaal dat zoveel indruk op me maakte. Het raakt Nuur duidelijk, ik zie zijn ogen vochtig worden. Als ik uitverteld ben kijkt hij me aan en zegt: ‘Ik weet dat heel goed, want dat is mijn verhaal.’