Recensie

Marita van der Vyver publiceert jeugdherinneringen

29 juni 2021
Auteur: Ingrid Glorie
Foto: Tafelberg

Delen:

In ’n Baie lang brief aan my dogter legt Marita van der Vyver haar Franse dochter uit hoe het was om in de jaren zestig en zeventig op te groeien in een wit middenklasse gezin in Zuid-Afrika. Liefhebbers van haar romans zullen veel herkennen. Deze ‘brief’ biedt dan ook waardevolle achtergrondinformatie bij haar eerdere werk.

Het nieuwe boek van Marita van der Vyver, ’n Baie lang brief aan my dogter, is opgedragen aan Ryk Hattingh (1957-2017) en Harry Kalmer (1956-2019), twee Zuid-Afrikaanse schrijvers die de afgelopen jaren op relatief jonge leeftijd zijn gestorven. Hun dood doordrong Van der Vyver (1958), die met beiden bevriend was, ervan dat ze niet te lang moest wachten om dat ene boek te schrijven dat ze nog wilde schrijven. Geen roman dit keer, geen jeugdroman, geen kookboek en ook geen bundel columns. ‘Ek wil my eie storie, in my eie woorde, vir my dogter vertel.’

            Die dochter is Mia (1999), het kind van Van der Vyver en haar Franse man Alain. In haar ‘brief’ vertelt Van der Vyver aan Mia hoe het was om in de jaren 1960 en 1970 op te groeien in Zuid-Afrika. Ze beschrijft haar jeugd tot op het punt dat de jonge Marita gaat studeren en ze min of meer de levensfase bereikt waarin Mia zich nu ook bevindt. Het gegeven dat ze haar memoires als ‘brief’ presenteert, is treffend omdat ook Van der Vyver, toen ze net aan het boek begonnen was, werd overvallen door de coronapandemie. Zíj woont in de Provence; Mia studeert in Parijs. Door de strenge Franse lockdown worden moeder en dochter al meer dan een jaar van elkaar gescheiden.

Een bevoorrechte jeugd

Van der Vyver wil Mia laten begrijpen waar haar moeder vandaan komt. Ze begint met de Van der Vyver-stamboom, wat de lezer onmiddellijk terugbrengt bij de knotsgekke opa’s en oma’s die zo’n belangrijke rol speelden in haar debuutroman, Griet skryf ’n sprokie (1992). Via Mia spreekt Van der Vyver natuurlijk ook de lezer aan. In deze ‘brief’ geeft ze allerlei achtergrondinformatie bij het omvangrijke en veelzijdige oeuvre dat ze in dertig jaar met ijzeren regelmaat én flair bij elkaar heeft geschreven. Liefhebbers van haar werk zullen in deze memoires allerlei situaties herkennen uit autobiografisch getinte romans als Die dinge van ’n kind, Die blou van onthou en Grensgeval.

            Van der Vyver bracht haar kinderjaren door in de noordelijke voorsteden van Kaapstad. Haar vader was een bankbediende die droomde van een bestaan als zakenman. Een jaar vóór Marita naar de middelbare school gaat, sleept vader zijn gezin mee naar Pretoria, waar hij een makelaarskantoor begint, en twee jaar vóór Marita’s eindexamen is het weer raak; deze keer beproeft hij zijn geluk met een vakantieboerderij én een bananenboerderij in de huidige provincie Mpumalanga.

Haar vaders bokkensprongen ten spijt heeft Marita typisch de jeugd van een kind uit de Afrikaner middenklasse: zondags naar de kerk, uitstapjes naar de familieplaas en vakanties aan zee. Maar ook lijfstraffen, zowel op school als thuis, een repressieve seksuele moraal, een huishulp, Dolly Titus, die als een tweede moeder voor de kinderen is, en uiteindelijk, de grensoorlog. Tegen het einde van haar middelbareschooltijd hoort Marita van steeds meer jongens – generatiegenoten – die als dienstplichtig soldaat naar de grens met Angola gestuurd worden en die getraumatiseerd terugkeren, áls ze het al overleven.

Ongetwijfeld biedt deze ‘brief’ Van der Vyvers vele vooral vrouwelijke bewonderaars een feest van herkenning. Maar Van der Vyver weigert nostalgisch te raken. ‘Ek was ’n bevoorregte wit kind in ’n era toe enigiemand in my geboorteland bevoorreg was bloot omdat hulle ’n wit vel gehad het’, schrijft ze aan Mia. ‘Selfs die armste wit kinders was soveel meer bevoorreg as enige swart kind. […] Dis belangrik dat jy dit weet, my liefste dogter, want dis die bril waardeur jy alles moet lees wat ek vir jou oor my skooljare vertel.’

Marita’s schooltijd eindigt in december 1975. Op 16 juni van het volgende jaar vindt de Soweto-opstand plaats, waarbij zwarte scholieren te hoop lopen tegen het Afrikaans als onderwijstaal. 1976 is ook het jaar waarin Zuid-Afrika eindelijk televisie krijgt, waardoor witte burgers voor het eerst kunnen zien wat er in de zwarte townships gebeurt. In de periode die Van der Vyvers ‘brief’ beschrijft, leefde de jonge Marita nog grotendeels ingekapseld in een veilige Afrikaner bubble. Tegen het einde gaat ze echter kritische vragen stellen en schieten er barsten in haar idyllische wereldbeeld.

‘Onbeschaamd Afrikaans’

Hoewel Van der Vyver nu al ruim twintig jaar in Frankrijk woont, is ze altijd in het Afrikaans blijven schrijven. Voor deze brief aan haar Franse dochter heeft ze opnieuw gekozen voor het Afrikaans, ook al betekent dat dat Mia zelf de tekst niet kan lezen. In Frankrijk is ze ‘onbeschaamd Afrikaans’ geworden, schrijft ze. Natuurlijk stoort ze zich aan de vele racistische uitlatingen die er in het Afrikaans worden gedaan, met name op sociale media. Maar juist nu ze in het buitenland woont, ervaart ze dat haar identiteit vooral besloten ligt in haar moedertaal, het Afrikaans. In ’n Baie lang brief aan my dogter haalt Van der Vyver herinneringen op aan spreekwoorden, uitdrukkingen en kinderrijmpjes uit haar jeugd. Dat maakt deze ‘brief’ nog meer dan Van der Vyvers vorige boeken een viering van de speelsheid en zeggingskracht van het Afrikaans.

            Daarnaast is het boek de autobiografie van een lezer. Van der Vyver is haar hele leven al een gretige lezer. Toen ze jong was, boden boeken haar de kans om verder te kijken dan haar voorstedelijke milieu. Terwijl ze aan haar ‘brief’ werkte, voedde ze zich met dagboeken en memoires van andere schrijvers, zoals Marguerite Yourcenar, Virginia Woolf, en, uit Zuid-Afrika, literaire ‘voormoeders’ als Elsa Joubert, Alba Bouwer en Audrey Blignault. Van der Vyvers enthousiasme werkt aanstekelijk. Ze gebruikt haar eigen boek om een lans te breken voor andere schrijvers en voor lezen in de breedste zin van het woord.

Stroomversnelling

Deze memoires zijn geen vrijblijvende trip down memory lane. Van der Vyver vindt het noodzakelijk rekenschap te geven van het verleden. Daarnaast actualiseert ze haar verhaal door kwesties van vroeger, zoals de apartheid en de onderdrukking van de vrouw, te vergelijken met thema’s die nú spelen en die tot Mia’s leefwereld behoren, zoals de Black Lives Matter-beweging en #MeToo.

Deze Baie lang brief aan my dogter is met 350 pagina’s inderdaad misschien iets te lang. Maar ongetwijfeld zullen Van der Vyvers fans van elk detail hebben gesmuld. Het bezwaar dat het boek kórter had gekund, zegt dan ook meer iets over het feit dat buitenlandse lezers er niet altijd dezelfde associaties en emoties bij hebben.

Het is te hopen dat Van der Vyver doorgaat met het schrijven van haar memoires. Haar jeugdjaren waren weinig opmerkelijk, eerder prototypisch. Zo moeten ze in ’n Baie lang brief ook opgevat worden. Maar daarna kwam haar leven in een stroomversnelling. Vanaf het verschijnen van ‘de eerste Griet’ geniet Marita van der Vyver in Zuid-Afrika celebrity-status. Haar positie als expat-schrijver is ook interessant. En vóór de pandemie ons allemaal dwong tot thuisblijven was ze vaak op reis om haar boeken te promoten of om research te doen op schilderachtige locaties, zoals Portugal voor Die blou van onthou en Cuba voor Grensgeval. Er valt dus nog genoeg te vertellen.

Marita van der Vyver, ’n Baie lang brief aan my dogter. Kaapstad: Tafelberg, 2021. ISBN paperback: 9780624090014; ISBN e-book: 9780624090021.

Op 24 juni is Marita van der Vyver te gast in de serie ‘Boeken uit het Huis’. Ze gaat dan met Francine Maessen in gesprek over ’n Baie lang brief aan my dogter.
Klik hier voor meer informatie.

Meer nieuws

13 juli 2022, Actueel
Antjie Krog wordt officier in de Belgische Kroonorde
De Belgische ambassadeur, Didier Vanderhasselt, reikte in de Kaap de titel Officier in de Kroonorde uit aan de Zuid-Afrikaanse auteur Antjie Krog.
8 juli 2022, Journalist in het Huis
Joernalis in die Huis: Hanlie Stadler
Voor het eerst in bijna drie jaar mogen we weer een journalist van het Zuid-Afrikaanse Media24 ontvangen op de Keizersgracht.
6 juli 2022, Cultuur
Sabelo Mlangeni en Lindokuhle Sobekwa in Huis Marseille
Deze zomer in Amsterdam? Vanaf heden tot en met 4 augustus zijn er twee exposities te bezichtigen van de Zuid-Afrikaanse kunstenaars Sabelo Mlangeni en Lindokuhle Sobekwa, in het Huis van Marseille.

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons