Interview

Terugblik: Interview met Janneke Siebelink over “Een verdwaalde zomerdag”

Janneke Siebelink - Istar Verspuij 9 juni 2026
Auteur: Team Zuid-Afrikahuis
Foto: Janneke Siebelink - Istar Verspuij

Delen:

In een bijeenkomst van een Zuid-Afrikaanse leeskring op woensdag 15 april stond Een verdwaalde zomerdag van Janneke Siebelink centraal. In gesprek met professor Dorothea van Zyl sprak Siebelink over haar fascinatie voor Ingrid Jonker, de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, intergenerationeel trauma, identiteit en de vraag hoe een mens zich kan verhouden tot zijn familiegeschiedenis.

Inleiding

Dorothea van Zyl:
We zijn vanavond bijeen voor een bijzonder gesprek over Een verdwaalde zomerdag, de recente roman van Janneke Siebelink. Het boek is in Nederland zeer goed ontvangen, onder meer vanwege de psychologische diepgang en de behandeling van universele thema’s als erfelijkheid, verslaving, zelfontdekking en levenskeuzes. Tegelijk put de roman nadrukkelijk uit het leven en het literaire erfgoed van Ingrid Jonker. Dat maakt dit gesprek voor ons, hier in Zuid-Afrika, extra bijzonder.

Janneke Siebelink groeide op in Ede, in een huis waar verhalen en literatuur vanzelfsprekend waren. Na haar studie werkte zij in de journalistiek en de uitgeverij, en later onder meer in de boekenwereld. Ze organiseerde literaire evenementen, interviewde talloze auteurs en publiceerde artikelen over boeken in verschillende media. In 2022 debuteerde zij met Soms sneeuwt het in april; een jaar later verscheen December, en inmiddels ligt Een verdwaalde zomerdag in de winkels. Vanavond spreken we met haar over deze roman, die in Zuid-Afrika veel herkenning en ook veel vragen oproept.

Tijdens de bijeenkomst werd ook stilgestaan bij de recente terugkeer van het archief van Ingrid Jonker naar Zuid-Afrika. Het archief is ondergebracht bij de Universiteit van Stellenbosch en vormt daar nu onderdeel van een bredere literaire collectie uit de jaren zestig.

Volgens de organisatie betekende deze terugkeer meer dan alleen een administratieve of academische gebeurtenis. Voor de familie Jonker – waaronder haar kleindochter Margarita – markeerde dit moment ook een vorm van verzoening. Verschillende familieleden schaarden zich achter het initiatief, waardoor het archief niet alleen fysiek, maar ook symbolisch “thuiskwam”.

Deze actualiteit onderstreept dat Ingrid Jonker geen afgesloten hoofdstuk is, maar een levende aanwezigheid binnen de Zuid-Afrikaanse cultuur.

Het ontstaan van de roman

Wanneer raakte je geïnteresseerd in het leven en werk van Ingrid Jonker?

Dat is al heel lang geleden, bijna de helft van mijn leven. Ik was ongeveer vijfentwintig toen ik een bundel met het werk van Ingrid Jonker cadeau kreeg. Achterin stond een korte biografische schets, en die maakte diepe indruk op me. Ik werd geraakt door haar poëzie, maar ook door de tragiek van haar leven. Vooral haar kwetsbaarheid en haar verlangen om gezien en erkend te worden troffen me.

Later, toen mijn eerste roman af was, gebruikte ik een regel van Ingrid Jonker als motto. Toen ik die weer teruglas, kwam ook mijn fascinatie voor haar leven meteen terug. Ik ging opnieuw lezen, en mijn oog viel vooral op haar dochter Simone, die zij als jong kind achterliet. Toen vroeg ik me af: leeft Simone nog? Ik ben haar gaan zoeken en kwam via Facebook met haar in contact. Tot mijn verbazing reageerde ze vrijwel meteen, heel hartelijk ook.

Er verstreek daarna wat tijd, en toen ik opnieuw naar haar zocht, bleek ze inmiddels te zijn overleden. Dat bericht werd gedeeld door haar dochter, Margarita. Met haar kwam ik vervolgens in contact. Zij nodigde me uit om haar te ontmoeten in Kaapstad. Dat werd een zeer bijzonder gesprek.

Wat mij vooral fascineerde, was de vraag: wat betekent het als je als kind of kleinkind moet leven naast de immense aanwezigheid van iemand die jong gestorven is en daarna bijna mythische proporties heeft aangenomen? Hoe leef je je eigen leven als je steeds wordt gezien in het licht van die ander?

Thematisch lijkt deze roman aan te sluiten bij je debuut Soms sneeuwt het in april. Zie jij dat ook zo?

Ja, absoluut. Ook mijn debuut was gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Daarin stond de vraag centraal hoe grote historische gebeurtenissen en familiegeschiedenis doorwerken in volgende generaties. Dat is in Een verdwaalde zomerdag eigenlijk niet anders.

Wat mij steeds interesseert, is hoe omstandigheden – geschiedenis, oorlog, maatschappelijke structuren, familiepatronen – een mens vormen. Maar ook: in hoeverre kun je daaruit loskomen? Welke ruimte is er voor een eigen leven? Dat zijn vragen die in beide romans een grote rol spelen.

De titel Een verdwaalde zomerdag is ontleend aan woorden van Ingrid Jonker in een brief aan André Brink. En dan is er ook nog het motto: Voor wie verdwaald is, maar nooit verloren. Wat betekenen titel en motto voor jou?

De titel verwijst voor mij naar een toestand waarin richting en betekenis even losraken. Een moment van dwalen, van niet weten waar je bent of waar je heen moet. Maar het motto geeft daar een tegenwicht aan. Dat zegt eigenlijk: je kunt verdwalen zonder voorgoed verloren te zijn.
Voor mij zit daar hoop in. Je kunt de weg kwijtraken, psychisch, emotioneel, existentieel, maar er blijft altijd de mogelijkheid van een terugkeer. Juist die spanning tussen verdwalen en niet verloren zijn, vond ik belangrijk.

Fictie en werkelijkheid

In de roman heb je de namen van de personages veranderd, terwijl de data en plaatsen vrij dicht bij de historische werkelijkheid blijven. Waarom heb je daarvoor gekozen?

Omdat ik nadrukkelijk geen biografie wilde schrijven. Ik wilde zo integer mogelijk omgaan met het leven van Ingrid Jonker en haar familie, maar ik wilde ook ruimte hebben voor verbeelding. Ik gebruik haar leven als raamwerk, als vertrekpunt, om vragen te onderzoeken die mij bezighouden.

Soms moet je dan dingen veranderen of weglaten, omdat niet alles een functie heeft in een roman. Sommige historische details of personen leiden af van het verhaal dat je wilt vertellen. Tegelijk wilde ik de Zuid-Afrikaanse context, de historische bedding en de werkelijkheid van Ingrid Jonkers leven wel voelbaar houden. Daarom bleven veel plaatsen en data behouden.

Ik vond het belangrijk om zorgvuldig afstand te houden tot een letterlijke reconstructie. Juist daarom zijn de namen veranderd. Ik wilde niet de suggestie wekken dat ik de waarheid over deze mensen definitief kon vastleggen.

Tegelijk werd in het gesprek benadrukt dat Ingrid Jonker in Zuid-Afrika wordt ervaren als cultureel erfgoed. Zoals Dorothea van Zyl het formuleerde: zij is hier “begonnen”, maar reist inmiddels de wereld over zonder pas.

Dat betekent dat haar werk en leven niet exclusief aan één land toebehoren, maar het verklaart ook waarom Zuid-Afrikaanse lezers een sterke betrokkenheid en soms ook gevoeligheid ervaren bij nieuwe interpretaties van haar leven.

Die spanning leidde impliciet tot een bredere vraag: wie heeft het recht om dit verhaal te vertellen?
Siebelink benoemt zelf haar terughoudendheid: zij wilde geen biografie schrijven en geen uitspraken doen over “de waarheid” van Ingrid Jonker of haar familie. De roman is nadrukkelijk een verbeelding, een interpretatie.

Juist die houding – tussen betrokkenheid en afstand – vormt een belangrijk uitgangspunt van het boek.

Over Simone, Margarita en de erfenis van een moeder.

Je zei al dat vooral Simone en later Margarita belangrijk waren voor het ontstaan van het boek. Wat bracht dat contact je?

Heel veel. Het gaf me niet zozeer feiten, maar vooral een existentiële vraag. Margarita vertelde hoe zij lange tijd het gevoel had dat haar eenzelfde lot wachtte als haar grootmoeder. Dat zij als het ware voorbestemd was om dezelfde destructie te herhalen. Pas toen zij ouder werd dan Ingrid Jonker ooit is geworden, ervoer zij een vorm van bevrijding.

Dat vond ik ontzettend aangrijpend en ook hoopgevend. Het idee dat een patroon dat generaties lang doorwerkt, misschien toch doorbroken kan worden. Precies daaruit is de kern van de roman ontstaan.
Over familiegeschiedenis, identiteit en intergenerationeel trauma.

Familie, verslaving en identiteit lopen sterk door de roman. Welk thema staat voor jou het meest op de voorgrond?

Voor mij is dat uiteindelijk de vraag in hoeverre je verantwoordelijk bent voor je eigen leven als je belast bent met de keuzes, trauma’s en patronen van eerdere generaties. Ik hoop dat lezers uit het boek meenemen dat je niet verantwoordelijk bent voor de keuzes van je ouders. Je bent wel verantwoordelijk voor hoe je je tot je eigen leven probeert te verhouden. Tegelijk weet ik heel goed dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan.

Om dat te illustreren, verwijst Siebelink naar een experiment dat haar was bijgebleven. Daarin werden muizen blootgesteld aan een bepaalde geur, telkens gevolgd door een lichte elektrische schok. Na verloop van tijd reageerden de muizen al angstig op de geur alleen. Opmerkelijk was dat ook de volgende generatie muizen – die de schok zelf nooit hadden ervaren – dezelfde angstreactie vertoonde bij die geur. Voor Siebelink is dat een indringend beeld van hoe ervaringen zich kunnen vastzetten en mogelijk doorwerken over generaties heen. Tegelijk maakt het volgens haar duidelijk hoe complex het vraagstuk is: als zulke patronen zo diep kunnen zitten, hoe vrij ben je dan werkelijk om een andere weg te kiezen?

Dus het is niet simpel. Het boek wil ook geen antwoord geven. Maar wel de mogelijkheid laten zien dat er ruimte kan ontstaan om iets te doorbreken.

Denk je dat we ons ooit echt kunnen losmaken van onze familiegeschiedenis?

Ik denk eigenlijk niet dat het gaat om losmaken in de zin van: alles achter je laten. Ik denk juist dat het belangrijk is om te weten waar je vandaan komt. Alleen dan kun je begrijpen wat jou gevormd heeft. En misschien kun je dan ook andere keuzes maken. Dus niet: het verleden ontkennen, maar het onder ogen zien en er bewust mee leren omgaan.

In de roman wordt duidelijk dat de hoofdpersoon op een bepaald moment beseft dat zij moet kiezen tussen herhaling en een eigen leven. Uiteindelijk komt zij tot het inzicht dat haar dochter niet dezelfde last hoeft te dragen als zijzelf. Is dat voor jou een sleutel in het boek?

Ja, zeker. Dat is een heel belangrijk moment. Niet omdat daarmee ineens alles opgelost is, maar omdat daar voor het eerst een ander perspectief opengaat. De hoofdpersoon beseft dat zij niet verplicht is het script van haar moeder te herhalen.

Dat wil niet zeggen dat haar moeder haar willens en wetens iets heeft aangedaan. Integendeel: ik denk dat in zo’n situatie liefde en onvermogen vaak tragisch naast elkaar bestaan. Maar het kind leeft wel voort met de gevolgen. En juist daarin ligt de vraag: kun je op een gegeven moment zeggen, tot hier en niet verder?

De keuze voor de jij-vorm en de tegenwoordige tijd

De roman is geschreven in de jij-vorm en bovendien in de tegenwoordige tijd. Wat doet die vorm volgens jou met de lezer?

De jij-vorm is intens. Ik zou daar niet zomaar een hele roman in schrijven als dat niet functioneel was. In dit geval wilde ik dat de lezer heel dicht op het bewustzijn van de hoofdpersoon zat. Tegelijk creëert de jij-vorm ook vervreemding. Het is alsof iemand tegen zichzelf praat, of zichzelf op afstand probeert te bekijken.

Dat past bij de thematiek van verslaving, vervreemding en identiteitsverlies. De tegenwoordige tijd versterkt dat nog: alles gebeurt als het ware nu, op het moment van lezen. Daardoor ontstaat urgentie en directheid.

Wat mij ook opvalt, is je gebruik van de tegenwoordige tijd. In Nederlandse romans is dat niet altijd vanzelfsprekend, maar in de Afrikaanse literatuur kennen we juist wat wij noemen de historische presens: het vertellen van gebeurtenissen uit het verleden in de tegenwoordige tijd: “toen ik daar kom, zie ik…”.
Dat geeft een gevoel van directheid en nabijheid. Wist je dat, en is dat een bewuste keuze geweest?

Nee, dat wist ik eigenlijk niet. Ik heb me wel inhoudelijk verdiept in Zuid-Afrikaanse literatuur, onder andere door werk van André Brink te lezen, maar minder op dat specifieke technische niveau. De keuze voor de tegenwoordige tijd was voor mij vooral een manier om urgentie te creëren.

Dat is interessant, want voor Afrikaanse lezers voelt die stijl daardoor misschien juist heel natuurlijk. Wat in Nederland als een stilistische keuze opvalt, kan hier bijna als vanzelfsprekend worden ervaren.

Dat vind ik heel mooi om te horen. Dan ontstaat er eigenlijk een onverwachte verbinding tussen vorm en context.

De onbetrouwbare verteller

Wat mij opviel, is dat de verteller soms heel stellig lijkt, maar tegelijk ook onbetrouwbaar is. Er zijn momenten waarop feit, herinnering en verbeelding door elkaar lopen. Heb je dat bewust zo opgebouwd?

Ja, al is dat ook deels organisch ontstaan tijdens het schrijven. Ik wilde laten zien dat herinneringen niet stabiel zijn. En verbeelding al helemaal niet. De hoofdpersoon probeert grip te krijgen op haar geschiedenis, maar zij is zelf beschadigd, verslaafd en onzeker. Dan kun je de werkelijkheid niet zomaar helder reconstrueren.

Dat vind ik ook interessant: als vijf kinderen uit hetzelfde gezin hun jeugd beschrijven, krijg je waarschijnlijk vijf totaal verschillende verhalen. Welke daarvan is dan de waarheid? Er is niet één vaste werkelijkheid.

Dus de onbetrouwbaarheid van de verteller is niet een fout in het verhaal, maar juist een betekenislaag?

Precies. Het gaat niet alleen om wat er feitelijk gebeurd is, maar ook om hoe iemand het zich herinnert, verbeeldt en verdraagt. In die zin kan verbeelding soms net zo onthullend zijn als herinnering.
Van Zijl bracht dit vervolgens in verband met een gedachte van André Brink, die zij aanhaalde uit een nawoord: dat het raadsel van de ander misschien alleen via verbeelding benaderd kan worden, en dat die verbeelding mogelijk niet minder betrouwbaar is dan herinnering.

Zij legde die gedachte naast de roman en vroeg zich hardop af of dat hier ook geldt: of de verbeelding van Camille niet juist een manier is om dichter bij een mogelijke waarheid te komen, ook al klopt die niet feitelijk.

Siebelink herkende zich daarin. Zij wees erop dat herinneringen per definitie gekleurd en persoonlijk zijn, en dat zelfs binnen één familie verschillende versies van hetzelfde verleden naast elkaar kunnen bestaan. In die zin is verbeelding niet zozeer een vervorming van de werkelijkheid, maar een andere manier om die te benaderen, misschien zelfs de enige manier om iets te begrijpen van wat zich niet meer rechtstreeks laat kennen.

Over Zuid-Afrika en Ingrid Jonker

Je roman is ook sterk ingebed in Zuid-Afrika. Wat heeft dit project jou gebracht, ook in relatie tot het land en zijn geschiedenis?

Ingrid Jonker was voor mij al een literaire heldin, maar door de research voor dit boek is mijn bewondering alleen maar gegroeid. Niet alleen voor haar taal en haar moed, maar ook voor de complexiteit van haar context.

Daarnaast ben ik door mijn research steeds dieper in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis gedoken. Dat heeft me veel geleerd. Het is een land met een enorme schoonheid, maar ook met een pijnlijke, verscheurde geschiedenis. Juist daarom is het zo belangrijk om te blijven lezen, blijven luisteren en blijven vertellen.
Wat het mij persoonlijk ook heeft gebracht, is een veel grotere betrokkenheid bij het land zelf. Ik ben er verliefd op geworden, op de natuur, de cultuur, maar ook op de gelaagdheid van de beladen en complexe geschiedenis. En hoe belangrijk het is om daar zorgvuldig mee om te gaan.

Voor het boek werd gedrukt, heb ik contact gezocht met Joost Nijssen, de Nederlandse uitgever van Ingrid Jonker. Dat vond ik best spannend, juist omdat hij zei dat hij niet zo houdt van dit type boeken, een vie romancée. Toen hij het boek eenmaal had gelezen, reageerde hij echter positief. Voor mij was dat een belangrijke bevestiging dat mijn benadering, hoewel fictief, zorgvuldig en met respect was opgevat.

Reacties uit het publiek

Na het gesprek volgden reacties uit het publiek. Een aanwezige merkte op dat de roman voor Zuid-Afrikaanse lezers anders werkt dan voor Nederlandse lezers. Voor wie Ingrid Jonker en haar geschiedenis van dichtbij kent, voelt het materiaal nog levend en nabij; voor sommigen bijna té nabij om al “historische roman” te kunnen zijn.

Een ander prees juist de meertaligheid en het subtiele verwerken van typisch Zuid-Afrikaanse elementen in de tekst. Ook werd opgemerkt dat het veranderen van namen soms verwarrend werkte, juist voor lezers die de historische personen goed kennen.

Siebelink reageerde daarop dat zij die keuze bewust had gemaakt. Juist door de namen te veranderen wilde zij voorkomen dat de roman als een letterlijke biografie gelezen zou worden. Zij wilde afstand houden en ruimte scheppen voor fictie, zonder onzorgvuldig om te gaan met bestaande personen en hun nalatenschap.

Tijdens de bijeenkomst werd ook vermeld dat de roman onder de aandacht was gebracht door de Vlaamse auteur Tom Lanoye, die het werk expliciet had aanbevolen.

Slot

Dank je wel, Janneke, voor dit openhartige en diepgaande gesprek. Je roman heeft niet alleen opnieuw aandacht gevraagd voor Ingrid Jonker, maar ook voor grotere vragen over familie, trauma, identiteit en de macht van verbeelding.

Dank jullie wel. Het was een grote eer om hierover met jullie in gesprek te mogen gaan.

Janneke Siebeling voor 50 tinten project – Istar Verspuij

Het boek Een verdwaalde zomerdag is te koop via deze link.

Bent u geïnteresseerd in meer van dit soort interviews of wilt u deelnemen aan onze leeskring? Meld u dan aan via onze website.

Meer nieuws

Janneke Siebelink - Istar Verspuij
9 juni 2026, Interview
Terugblik: Interview met Janneke Siebelink over “Een verdwaalde zomerdag”
In een bijeenkomst van een Zuid-Afrikaanse leeskring op woensdag 15 april stond Een verdwaalde zomerdag van Janneke Siebelink centraal. In gesprek met professor Dorothea van Zyl sprak Siebelink over haar fascinatie voor Ingrid Jonker, de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, intergenerationeel trauma, identiteit en de vraag hoe een mens zich kan verhouden tot zijn familiegeschiedenis. […]
Nelson Mandela, Mak1one.
3 juni 2026, Actueel
Call for Articles Spectrum
Spectrum, het online magazine van Het Zuid-Afrikahuis, wijdt zijn zomereditie van 2026 aan het thema Kunst, Cultuur en Politiek. Het Zuid-Afrikahuis nodigt auteurs uit om vanuit een Zuid-Afrikaans perspectief bijdragen in te sturen die dit snijvlak vanuit verschillende
18 mei 2026, Actueel
Call for Papers: Travelling in Southern Africa: travelogues and other objects
Context Long before the advent of the colonial period, Southern Africa was already connected through trade and migration to other parts of Africa and the Indian Ocean world and even to India and the Middle East. Human mobility took many forms, both voluntary and forced. Voluntary movement included trade journeys, expeditions and tourism; non-voluntary mobility […]

Bezoekadres

Keizersgracht 141-C
1015 CK Amsterdam
+31(0)20-6249318

Openingstijden

Vragen en afspraken

Neem contact op

Volg ons